Per 1 september 2007 is de Pachtwet komen te vervallen en is de pachtregelgeving verwoordt in de nieuwe titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In deze paragraaf worden kort de wijzigingen ten opzichte van de oude Pachtwet beschreven. Een groot deel van de oude Pachtwet is één op één overgenomen in de pachtregelgeving.
Bij het wetsvoorstel is geen zogenoemd overgangsrecht van toepassing verklaard. Dit betekent dat het nieuwe recht direct van toepassing is op bestaande overeenkomsten.
Wat betekent dit?
Dit betekent in hoofdlijnen:
dat de pacht nu onderdeel uitmaakt van het Burgerlijk Wetboek;
dat er sprake moet zijn van bedrijfsmatige landbouw;
dat cassatie mogelijk is bij een uitspraak van het Pachthof in Arnhem;
dat onbeperkt eenmalig kan worden verpacht op basis van artikel 7:397 lid 1 BW en artikel 7:397 lid 2 BW;
dat het voorkeursrecht van koop van de pachter, bij verkoop aan een veilige verpachter, kan worden gepasseerd (artikel 7:380 BW);
dat pachtopzegging wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de pachter is komen te vervallen; en
dat de verpachter, op straffe van nietigheid, bij opzegging de opzeggingsgronden dient te vermelden en dat de pachter binnen 6 weken bij exploot of aangetekende brief dient mee te delen of hij zich verzet tegen de opzegging en op welke grond.
Conform artikel 7:311 BW is pacht een overeenkomst “waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie”.
Artikel 7:312 BW omschrijft wat nader onder “uitoefening van de landbouw” moet worden verstaan, namelijk elke tak van bodemcultuur mits bedrijfsmatig uitgeoefend. Als er geen bedrijfsmatige activiteit is, is er sprake van een gewone huurovereenkomst van een perceel grond of een gebouw en geldt er dientengevolge ook een minder vergaande bescherming voor diegene die huurt.
De wetgever heeft het begrip “bedrijfsmatig” niet uitgelegd. Dit betekent dat in de praktijk duidelijk zal moeten worden wanneer een bepaalde activiteit van een agrariër als bedrijfsmatig moet worden beschouwd en wanneer niet. Hieronder verstaat de gemeente Land van Cuijk in ieder geval:
akkerbouw;
weidebouw;
pluimveehouderij;
veehouderij;
tuinbouw (inclusief fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen);
de teelt van griendhout en riet; en
elke andere vorm van bodemcultuur.
Bosbouw valt hier niet onder.
Het ontbreken van overgangsrecht kan ertoe leiden dat overeenkomsten die onder het oude recht nog als pachtovereenkomsten te boek stonden, onder het nieuwe recht opeens als huurovereenkomst worden gezien.
Naast nieuwe pachtregels zijn er ook nieuwe pachtprijzen van kracht geworden vanaf 1 september 2007, welke zijn opgenomen in het Pachtprijzenbesluit 2007, ter vervanging van het Pachtnormenbesluit 1995. Een andere belangrijke wijziging is dat de pachtprijzen voor los land, voor boerderijen en voor bedrijfsgebouwen weer kunnen worden verhoogd. Per 1 september 2007 is ook de Uitvoeringsregeling pacht van kracht geworden. Deze regeling maakt het mogelijk om per 1 januari 2008 de pachtprijzen te verhogen met in de regeling opgenomen percentages tot nieuwe maxima. De percentages en maximale pachtprijzen voor los land zijn, zoals altijd al, gebiedsgebonden.
Artikel 7:317 BW geeft aan dat de pachtovereenkomsten schriftelijk moeten worden vastgelegd.