Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4.

Artikel 17.

Kostprijsberekening

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Borger-Odoorn 2023

1.. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten, de rente van de inzet van vreemd vermogen en reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2.. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3.. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4.. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5.. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rioolrechten en reinigingsrechten wordt uitgegaan van een opslagpercentage op de directe kosten, gebaseerd op de verhouding: kosten volgens het taakveld overhead gedeeld door de totale kosten van de taakvelden exclusief overhead. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van leges, overige heffingen en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een opslagpercentage op de kostprijs, gebaseerd op de verhouding: totale uren volgens het taakveld overhead gedeeld door het totaal aantal uren van de taakvelden exclusief de uren volgens het taakveld overhead. 6.. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. 7.. Conform de nota reserves en voorzieningen wordt geen (bespaarde) rente toegerekend aan de reserves en in plaats hiervan wordt een vast bedrag aan de algemene reserve (WAR) toegevoegd. 8.. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Er wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Rechtspraak bij dit artikel