Naar hoofdinhoud

Artikel 15.

Lagere vaststelling, intrekking en wijziging subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling budgetsubsidie gemeente Horst aan de Maas

1.. Het college kan de subsidie, naast de gevallen als bedoeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, van de Awb, lager vaststellen, als: is gebleken dat de subsidie aan andere resultaten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd of verstrekt; de subsidieontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hier ondanks ontvangen schriftelijke waarschuwing geen verandering in brengt; de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert; de rechtspersoon bij rechterlijk vonnis is ontbonden; bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan; aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend; de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard. 2.. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen. 3.. Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de Awb en artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel