**1..** Het college kan de subsidie, naast de gevallen als bedoeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, van de Awb, lager vaststellen, als:
is gebleken dat de subsidie aan andere resultaten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd of verstrekt;
de subsidieontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hier ondanks ontvangen schriftelijke waarschuwing geen verandering in brengt;
de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert;
de rechtspersoon bij rechterlijk vonnis is ontbonden;
bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan;
aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend;
de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard.
**2..** Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen.
**3..** Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de Awb en artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid.