Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Boom: een houtachtig, overblijvend en opgaand gewas, zowel levend als afgestorven.
Bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, sub a van de Wet natuurbescherming.
Belanghebbenden: belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.
Bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard.
Gedenkboom: een boom die is geplant bij bijzondere gebeurtenissen zoals jubilea van leden van het Koninklijk huis of maatschappelijke organisaties, bomen zoals opgenomen op de lijst in bijlage A.
Herplant: vervangende houtopstand op grond van een voorschrift uit de omgevingsvergunning of een aanschrijving van het college.
Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen.
Iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmels Ophiostoma ulmi (syn. Ceratocystis ulmi) en en Ophiostoma novo-ulmi.
Inheems: komt van oorsprong in Nederland voor en dus karakteristiek voor het landschap.
Kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen.
Kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de boom.
Knotten: het verwijderen van de kruin van een boom.
Monumentale boom: boom die vermeld staat in het Landelijk Register van Monumentale bomen van de landelijke Bomenstichting zoals opgenomen op de lijst in bijlage B.
Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid sub g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Waardevolle boom: een boom die is opgenomen op de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Lijst waardevolle bomen.