Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.
De Mandaatregeling Omgevingsdienst Haaglanden 2012 wordt ingetrokken. De regeling blijft van toepassing op gevallen die onder het overgangsrecht vallen.
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit ODH 2022 gemeente Den Haag.
Den Haag, 11 oktober 2022
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de locoburgemeester,
Anne Mulder
Toelichting
Naar verwachting wordt de Omgevingswet op 1 januari 2023 ingevoerd. Als gevolg daarvan is het noodzakelijk het huidige mandaatbesluit en de huidige mandatenlijst aan te passen aan het nieuwe wettelijke regime. Het is nog niet zeker of de inwerkingtreding per 1 januari 2023 wordt gehaald. De invoeringsdatum van de nieuwe mandaatregeling is daarom gesteld op “de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt”, op diezelfde dag wordt de huidige mandaatregeling dus ingetrokken. Hiermee wordt bereikt dat de juiste mandaten tijdig beschikbaar zijn om het opgedragen werk te verrichten.
Omdat het college met het mandaatbesluit eigen collegebevoegdheden overdraagt aan Omgevingsdienst Haaglanden, betekent dit dat de vaststelling van deze mandaatregeling door burgemeester en wethouders moet plaatsvinden. Het Algemeen Bestuur van de ODH, waarin het college is vertegenwoordigd, heeft op 25 november 2021 unaniem ingestemd met het voorstel te adviseren het Mandaatbesluit ODH 2022 en de Mandaatlijst ODH 2022 ongewijzigd vast te stellen.
De wijziging betreft een omzetting van huidige bevoegdheden naar het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. Qua redactie is zoveel mogelijk bij de tekst en de bestaande praktijk van de huidige mandaten gebleven, waarbij van de gelegenheid gebruik is gemaakt om bepaalde formuleringen op te frissen.
Het uitgangspunt is om de mandaatregels zo beleidsneutraal mogelijk over te nemen, maar enkele wijzigingen blijken onvermijdelijk. De komst van de Omgevingswet heeft geleid tot een nieuw aangrijpingspunt. Niet langer is het begrip ‘inrichting’ het aangrijpingspunt, maar het begrip ‘milieubelastende activiteit’. Verder worden de regels voor milieubelastende activiteiten niet alleen op rijksniveau maar ook op lokaal niveau gesteld. Dit mandaat omvat daarom naast de algemene rijksregels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) ook de regels over milieubelastende activiteiten die worden gesteld in het omgevingsplan. Onderdeel van de milieubelastende activiteiten zijn ook de bodemtaken die (met uitzondering van de gemeente Den Haag) van de provincie naar de gemeente gaan door de komst van de Omgevingswet. De gemeente Den Haag is in de huidige situatie als het bevoegde gezag voor de bodemtaken.
De 26 wetten en 60 AMvB's, waar de Omgevingswet en de 4 onderliggende AMvB's op gebaseerd zijn, gaan niet allemaal volledig op in het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. Omdat een aantal wetten en AMvB's slechts gedeeltelijk opgaan in het nieuwe stelsel, blijft het mandaat voor die wetten en AMvB's nodig, zoals de Wet milieubeheer. Een aantal wetten en AMvB's komt in zijn geheel te vervallen, zoals de Wabo en het Activiteitenbesluit milieubeheer.
De basis van de werkzaamheden van de ODH op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verandert niet. Hoofdstuk 3 en titel 4.1 Awb (het nemen van besluiten/beschikkingen), titels 5.1 en 5.3 Awb (bestuursrechtelijke handhaving) en hoofdstukken 6 en 7 Awb (bezwaar en beroep) worden met de komst van de Omgevingswet niet gewijzigd.
Tot slot wordt opgemerkt dat in artikel 8, tweede lid, van het mandaatbesluit in overgangsrecht in verband met de Omgevingswet wordt voorzien.
Artikel 8:
Slotbepalingen
Onderdeel van Vaststelling van het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) 2022 gemeente Den Haag