Bij bedrijventerreinen kan een onderscheid worden gemaakt tussen:
• Naam-, beroeps- en/of productaanduiding met een directe relatie tot het betreffende bedrijf;
• Verwijzingsreclame c.q. routeborden op het bedrijventerrein;
• Een gezamenlijke presentatie van de bedrijven m.b.t. bijvoorbeeld masten bij de entree van het terrein.
Met het oog op de grotere schaal van de gebouwen en het utilitaire (het algemeen nut dienend) karakter, is hier een grotere hoeveelheid reclame denkbaar. Richtlijnen zijn:
• Reclame moet op een logische plaats tegen het gebouw aangebracht worden, bijvoorbeeld bij de entree, en afgestemd zijn op de massa c.q. gevel-opzet;
• Als plaatsing tegen een gevel niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij glasvliesgevels, dan moet de reclametekst boven of in de buurt van de entree aangebracht worden. Ook is plaatsing op de dakrand mogelijk als uitgegaan wordt van losse letters;
• Los geplaatste ornamenten zijn denkbaar, mits: zorgvuldig vormgegeven, geplaatst bij de toegang tot het bedrijf en qua hoogte afgestemd op het kantoorgedeelte van het bedrijf met een maximum hoogte van 3,50 meter;
• Bij plaatsing haaks op de gevel, mag dit – in verband met de doorloophoogte – niet lager zijn dan 2,30 meter boven de stoep gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject;
• Bij plaatsing haaks op de gevel moet de minimale afstand tot de rijbaan 6 meter zijn (horizontaal gemeten) i.v.m. de verkeersveiligheid.
Voor informatie over het plaatsen van verwijzingsborden verwijzen we u naar paragraaf 3.7.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5
Bedrijventerreinen
Onderdeel van Reclamebeleid gemeente Oude IJsselstreek 2020