Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3

Relevante artikelen uit de APV

Onderdeel van Reclamebeleid gemeente Oude IJsselstreek 2020

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: Artikel 1:1F Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Artikel 1:1J Weg het geen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie daarvan 1. Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 4,5 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. 7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening. 8. Het verbod uit het eerst lid is niet van toepassing op het plaatsen van laadpalen voor elektrische auto's, mits er wordt voldaan aan de Beleidsregels Oplaadpunten Elektrisch Vervoer gemeente Oude IJsselstreek. 9. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen, te bekladden of daarop ontsierende handelsreclame aan te brengen of te hebben. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof of reverse graffiti een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5. Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclames 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving of strijdigheid ontstaat met redelijke eisen van welstand. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 2:10 tot en met artikel 2:12, artikel 2:25, artikel 2:26, artikel 2:28, artikel 2:29, artikel 2:38, artikel 2:41, artikel 2:73a, artikel 2:76, artikel 2:78, artikel 3:4 tot en met artikel 3:10, artikel 4:2, artikel 4:3, artikel 4:5, artikel 4:6, artikel 4:8, artikel 4:9, artikel 5:2, artikel 5:3, artikel 5:5, artikel 5:7 tot en met artikel 5:10, artikel 5:13, artikel 5:15, artikel 5:18, artikel 5:19, artikel 5:23, artikel 5:28, artikel 5:34, artikel 5:36, artikel 5:37. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:1, artikel 2:3, artikel 2:6, artikel 2:9, artikel 2:13 tot en met artikel 2:18, artikel 2:23, artikel 2:23a, artikel 2:31, artikel 2:33, artikel 2:36, artikel 2:39, artikel 2:40, artikel 2:42 tot en met artikel 2:48, artikel 2:49 tot en met artikel 2:53, artikel 2:57 tot en met artikel 2:60, artikel 2:62, artikel 2:64, 2:64A, artikel 2:65, artikel 2:73, artikel 2:73b, artikel 2:74a, artikel 4:13, artikel 3:18 tot en met artikel 3:22, artikel 4:6a tot en met artikel 4:7, artikel 4:9a, artikel 4:15, artikel 4:18, artikel 5:4, artikel 5:6, artikel 5:7, artikel 5:11, artikel 5:12, artikel 5:24 tot en met artikel 5:33. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: aangestelde buitengewone opsporingsambtenaren. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel