Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 12.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Beek 2023

1.. Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, anders dan door gedragingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3, vindt een verlaging plaats: met 10% van de bijstandsnorm gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen als hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend, met dien verstande dat deze periode niet langer dan 36 maanden is. met 100% van de bijstandsnorm gedurende maximaal 3 maanden als de bijstandsafhankelijkheid wordt veroorzaakt door een bestuurlijke boete als gevolg van het bij herhaling schenden van een in een andere uitkeringsregeling geldende inlichtingenverplichting, met dien verstande dat de verlaging zal worden gematigd in de situaties als omschreven in artikel 3 en 4 van de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. met een op basis van de zich voordoende individuele omstandigheden door het college te bepalen bedrag, als belanghebbende verwijtbaar de hem opgelegde verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt of door eigen schuld geen aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening. met 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand als belanghebbende voorafgaand aan de melddatum voor bijstand algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. 2.. Als het college naar aanleiding van betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft besloten om op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de wet de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken, wordt daarmee rekening gehouden bij de toepassing van onderdelen a tot en met c van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel