Op basis van het ‘’bedrijventerreinen convenant” zouden bedrijventerreinen vraaggericht ontwikkeld moeten worden. Vraaggericht ontwikkelen wil zeggen dat de gemeente voor de aanleg van een industrieterrein een onderbouwing bij de provincie moet neerleggen. In deze onderbouwing moet de locatie en de grootte van het gewenste terrein worden beargumenteerd. Hierdoor wordt het aanbod afgestemd op de vraag.
Aangrenzende bedrijven hebben voorrang bij gronduitgifte op bedrijventerreinen. Bedrijfsgrond kan door het college op basis van een geargumenteerde kwalitatieve toewijzing aan één partij worden aangeboden. Gaat het hier om een specifieke vraag, dan kan er in samenwerking met de ondernemer naar een geschikte locatie worden gezocht. Bedrijfswoningen zijn alleen op bedrijventerreinen toegestaan als deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan en als deze inpandig of aanpandig zijn.