Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels Participatie 2023

Naast de in de Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2023 verordonneerde participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet, die slechts openstaat voor een geringe groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, kunnen er op basis van de visie “Iedereen in beweging”, voorzieningen worden ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Op basis van gesprekken met de uitkeringsgerechtigde en overige beschikbare informatie wordt beoordeeld of, en zo ja, welke (overige) voorziening het meest doelmatig is om voor de betreffende persoon te worden ingezet. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm. In het kader van participatiedienstverlening, maar ook wanneer er nog geen dienstbetrekking beschut werk tot stand is gekomen zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2023, kunnen de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen worden ingezet: 1.. Voorschakeltraject beschut werk: een klant met een indicatie beschut werk kan een voorschakeltraject van twee maanden worden aangeboden op voorwaarde dat er aansluitend dit traject een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan. Gedurende deze periode wordt bekeken op welke werkplek hij/zij het beste tot zijn recht gaat komen en wat de inzetbaarheid in uren zal zijn. Kortom de deelnemer wordt begeleid naar een passende werkplek. De opdrachtnemer voorziet de gemeente van een onderbouwd advies. 2.. Werkvoucher: werkgevers die een persoon uit de doelgroep aannemen kunnen een Werkvoucher van € 2.000,- ontvangen. De Werkvoucher is beschikbaar voor alle werkgevers die iemand vanuit de Participatiewet minimaal een halfjaar in dienst neemt. De voorwaarden voor verstrekking van een Werkvoucher zijn vastgelegd in de Regeling Werkvouchers 2019. 3.. Werkstage: als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant onvoldoende werknemersvaardigheden en wel motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkstage ingezet worden. De werkstage met behoud van uitkering duurt maximaal 6 maanden bij eenzelfde werkgever. 4.. Vizier op Werk: voor klanten waarbij bemiddeling op een vacature nog niet mogelijk is omdat een klant onvoldoende werknemersvaardigheden heeft, kan Vizier Op Werk worden ingezet. Vizier op Werk bestaat uit 3 fasen: Kennismaken & Kiezen: de eerste 8 weken zijn gericht op het analyseren van de deelnemer en het uitbouwen van de werknemersvaardigheden. Vakgerichte sporen richting de kanssectoren: in samenwerking met de betreffende branche en waar nodig opleidingsinstanties worden trajectsporen ontwikkeld met concreet perspectief op werk. Matching, uitstroom en nazorg. 5.. Préstart traject: Klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF. Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan de voorziening worden uitgebreid met een verstrekking in de vorm van een voorbereidingskrediet, conform artikel 29 Besluit Bijstandverlening zelfstandigen 2004. Dit krediet bedraagt maximaal € 2.000,-. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop van het préstart traject echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet. 6.. Maatwerkvoorziening: Het instrument maatwerkvoorziening behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op individueel klantniveau, zonder te zijn gebonden aan vooraf gecontracteerde marktpartijen. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen. De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Tot maatwerkaanpak kunnen bijvoorbeeld worden gerekend werkplekaanpassingen, scholing en training (deze opsomming is niet uitputtend). Bij de inzet van dit instrument dient het inkoopbeleid van de gemeente Leeuwarden in acht te worden genomen. 7.. Vrijwilligerswerk: als bemiddeling naar regulier werk nog niet mogelijk is, kan het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering worden aangemerkt als voorziening gericht op participatie en/of arbeidsinschakeling. 8.. Loonkostensubsidie: De in artikel 10 c en 10 d van de Participatiewet, alsmede de daaronder hangende lagere wetgeving vastgelegde regels met betrekking tot loonkostensubsidie, dienen onverkort te worden toegepast. Hierbij geldt dat de onder het eerste lid aanhef en onder b juncto het vijfde lid van artikel 10 d bedoelde mogelijkheid tot het toepassen van forfaitaire loonkostensubsidie in beginsel alleen wordt toegepast als de onder het eerste lid aanhef en onder a juncto het vierde lid van artikel 10 d bedoelde mogelijkheid naar verwachting onsuccesvol blijkt. Na een proefplaatsing mag geen forfaitaire loonkostensubsidie worden ingezet. Dit gaat om een proefplaatsing als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2023. De frequentie van loonwaardebepalingen bedraagt maximaal eens per 6 maanden en minimaal eens per vijf jaar, afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkelmogelijkheden. 9.. Inkomstenvrijlating De uitkeringsgerechtigde vanaf 27 jaar die inkomsten uit arbeid heeft die lager zijn dan de bijstandsnorm/grondslag voor die persoon kan in aanmerking komen voor gedeeltelijke vrijlating van die inkomsten. Dit zijn de vrijlatingen zoals bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n van de Participatiewet, artikel 8 lid 2 IOAW en artikel 8 lid 3 IOAZ . Deze vrijlating wordt alleen toegepast als deze persoon kan aantonen dat hij binnen 6 maanden, na aanvang van de vrijlating, voldoende inkomsten heeft waardoor hij geen beroep meer hoeft te doen op een (aanvullende) uitkering. 10.. Analyse werknemersvaardigheden Dit instrument wordt ingezet voor bijstandsgerechtigden waarvan niet direct duidelijk is wat het vervolgtraject moet zijn. De uitkeringsgerechtigde verricht 5 weken lang 24 tot 32 uur per week werkzaamheden bij Caparis. Hij/zij wordt begeleid door een werkbegeleider van Caparis. De doelstellingen van het traject zijn: Inzage in de thuissituatie (met behulp van de Dariuz Wegwijzer). Het opdoen of behouden van werknemersvaardigheden. Het bieden van arbeidsritme en structuur. Advies voor een vervolgtraject. Eventueel door bemiddelen naar werk. 11.. Werkervaringsplaatsen Een klant met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kan geplaatst worden op een werkervaringsplaats. De activiteiten op een werkervaringsplaats liggen dicht bij regulier werk en zijn voor de ontwikkeling van werknemersvaardigheden relevant. Werk is het middel om de algemene werknemersvaardigheden te ontwikkelen op aspecten als samenwerken, verkrijgen van dagritme, flexibiliteit, aanvaarden van opdrachten en werktempo. De klanten worden voorbereid op uitstroom naar werk en/of school of naar een vervolgtraject bij Vizier Op Werk. En als dit (nog) niet mogelijk is vrijwilligerswerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel