**1..** Participatiepremie
Een persoon van 27 jaar of ouder met recht op een uitkering op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ, waarvan is vastgesteld dat er geen of weinig perspectief is op toetreding tot de arbeidsmarkt en die met behoud van uitkering, gedurende een periode van 12 onafgebroken maanden naar vermogen participatieactiviteiten als bedoeld in artikel 1, sub 7 heeft verricht, heeft elke keer na afloop van een periode van 12 maanden recht op een participatiepremie van € 250,-.
Activiteiten die direct zijn gericht op het bevorderen van arbeidsinschakeling, zoals werkstages, proefplaatsingen en dergelijke, vallen niet onder de werking van deze premie.
Personen die in de betreffende periode als bedoeld in A onderdeel 1 een vrijwilligersvergoeding hebben ontvangen, welke is vrijgelaten met toepassing van artikel 31 lid 2 onder k van de Participatiewet, zijn uitgesloten van de premie als bedoeld in A onderdeel 1.
Een participatiepremie moet binnen drie maanden na afloop van een periode van 12 maanden waarin aan de voorwaarden voor de premieverstrekking is voldaan, worden aangevraagd middels een daarvoor bestemd formulier.
**2..** Premie deeltijdwerk
Aan een persoon met recht op een uitkering op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ, wordt maximaal tweemaal per kalenderjaar een premie verstrekt. Deze premie is gebaseerd op de volgende artikelen:
Artikel 31 lid 2 aanhef en onder j van de Participatiewet;
Voor de IOAW op artikel 2:8 lid 1 onderdeel b van het Algemeen inkomensbesluit Socialezekerheidswetten;
Voor de IOAZ op artikel 2:9 lid 2 onderdeel b van het Algemeen inkomensbesluit Socialezekerheidswetten.
De hoogte van de premie is per saldo gelijk aan 8% van de (netto) inkomsten uit arbeid die in dat kalenderjaar op de uitkering in mindering zijn gebracht, voor zover de wettelijke maximale premie daarbij niet wordt overschreden.
De premie wordt per halfjaar berekend over de periode van een halfjaar.
Een periode loopt van 1 januari tot 1 juli en van 1 juli tot 1 januari.
Over de maand(en) waarin gebruik is gemaakt van de inkomensvrijlating als bedoeld in artikel 31 lid 2 aanhef en onder n, r, y, z of aa van de Participatiewet wordt er geen premie opgebouwd als bedoeld in A onderdeel 2.
Over de maand(en) waarin een vrijwilligersvergoeding is ontvangen, welke is vrijgelaten met toepassing van artikel 31 lid 2 onder k van de Participatiewet wordt er geen premie opgebouwd als bedoeld in A onderdeel 2.
Er bestaat geen recht op de premie als bedoeld in A onderdeel 2 over de periode dat de inkomsten niet zijn opgegeven conform het gestelde in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet.