Uitsluitend basisscholen komen in aanmerking voor een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3. Als de aanvraag betrekking heeft op een samenwerking met partners in een kindcentrum die geen basisschool zijn, is het toegestaan dat de subsidie gedeeltelijk ten bate van deze samenwerkingspartners wordt ingezet. De basisschool die de subsidie aanvraagt blijft penvoerder en is verantwoordelijk voor de juiste besteding van de subsidie.
Het college hanteert de onderstaande volgorde waarin basisscholen in aanmerking komen voor een subsidie:
basisscholen die hebben deelgenomen aan de pilotfase 2021-2023 komen als eerste in aanmerking voor een subsidie;
basisscholen met een schoolweging van 31,00 of hoger die deel uitmaken van hetzelfde kindcentrum als de basisscholen als genoemd in onderdeel a en/of basisscholen met een schoolweging van 31,00 of hoger waar een kind-ouder-ondersteuner actief is komen vervolgens in aanmerking voor een subsidie. De schoolweging wordt buiten beschouwing gelaten bij speciale scholen voor basisonderwijs;
ten slotte komen overige basisscholen met een schoolweging van 31,00 of hoger in aanmerking voor een subsidie. De schoolweging wordt buiten beschouwing gelaten bij speciale scholen voor basisonderwijs.
Basisscholen met een schoolweging van minder dan 31,00 en niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs komen niet in aanmerking voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid. Deze basisscholen kunnen wel samen met samenwerkingspartners in aanmerking komen voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid. Ook kunnen deze basisscholen penvoerder zijn als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4.
Doelgroep
Onderdeel van Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2023