Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2023

Een subsidie bedraagt per schooljaar maximaal per basisschool: voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b: € 35.000 voor scholen met maximaal 74 leerlingen; € 50.000 voor scholen met minimaal 75 en maximaal 150 leerlingen; € 65.000 voor scholen met minimaal 151 en maximaal 225 leerlingen; € 85.000 voor scholen met minimaal 226 leerlingen; voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b voor speciale scholen voor basisonderwijs ongeacht het aantal leerlingen in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a € 65.000; € 12.600,- voor ureninzet als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c. Als de aanvraag voor subsidie wordt ingediend namens minimaal drie samenwerkingspartners binnen een kindcentrum, waarvan minimaal twee samenwerkingspartners basisscholen zijn en minimaal één samenwerkingspartner een organisatie voor kinderopvang, wordt de maximale subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, verhoogd met: € 6.000 als het totaal aantal leerlingen voor alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld maximaal 199 is; € 8.000 als het totaal aantal leerlingen voor alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld minimaal 200 en maximaal 300 is; € 10.000 als het totaal aantal leerlingen voor alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld minimaal 301 is. De subsidie bedraagt maximaal het tekort op de begroting voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid. Indien de aanvrager in het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft ook een aanvraag bij het Jeugdeducatiefonds indient, dan wordt er een bedrag van € 4.500 verminderd op het activiteitenbudget van het desbetreffende schooljaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a. Indien de aanvrager in het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft middelen ontvangt uit de koplopersregeling Rijke Schooldag/School en Omgeving van het Ministerie van OCW, worden deze middelen in mindering gebracht op het activiteitenbudget van het desbetreffende schooljaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, tenzij de aanvrager aantoont dat hij aanvullende activiteiten heeft uitgevoerd of zal uitvoeren met deze middelen. De bedragen als bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid gelden voor een geheel schooljaar. Als de aanvraag betrekking heeft op een deel van het schooljaar, wordt de subsidie berekend op basis van de maanden die in het schooljaar resteren. In afwijking van het zesde lid wordt de subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c geacht te worden verleend voor een geheel schooljaar, ongeacht of de aanvraag betrekking heeft op een geheel of gedeeltelijk schooljaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel