Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:1

Definities

Onderdeel van Huisvestingsverordening Leidschendam-Voorburg 2023

In deze verordening wordt verstaan onder: actiegebied: een gebied dat burgemeester en wethouders hebben aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van woonruimte kan plaatsvinden; beschermde woonruimte: woonruimte als omschreven in artikel 5:12 lid 1; BRP: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; Burgemeester en wethouders het college van burgemeester en wethouders van gemeente Leidschendam-Voorburg campuscontract: huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van het Burgerlijk Wetboek Boek 7; CBS-code: de unieke code die door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld voor de gemeenten en de daarbinnen gelegen wijken en buurten; datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; - verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet; DAEB-inkomensgrens: de inkomensgrens bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015; doorstromer: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd als huurder beschikt over een zelfstandige woonruimte (m.u.v. een flexwoning) binnen de regio en deze na verhuizing leeg achterlaat; duurzaam gemeenschappelijk huishouden: een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; economische binding: binding aan de regio overeenkomstig artikel 14 van de Huisvestingswet 2014 waarbij de woningzoekende binnen of vanuit de regiogemeente werkt en daarmee in het levensonderhoud voorziet; eigenaar: diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, en ook de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht zoals bedoeld in Artikel 106 van het Burgerlijk Wetboek Boek 5 of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend; flexwoning: woning in tijdelijk neergezet of tijdelijk getransformeerd vastgoed, die doelbewust en tijdelijk als een aanvulling op de permanente woningvoorraad is uitgegeven; gebruiksoppervlak (GBO): netto gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; gepubliceerd woningaanbod: het openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren; grote gezinnen: duurzame gemeenschappelijke huishoudens met minimaal vier kinderen; herstructureringskandidaat: een woningzoekende die op het moment van een aanwijzing van een actiegebied: ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP) op het adres en met toestemming van de eigenaar als huurder woonachtig is in een in het betreffende actiegebied gelegen zelfstandige woonruimte; hoofdverblijf: het adres waarop een persoon staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) en daadwerkelijk het grootste deel van zijn tijd woonachtig is; huishouden: een alleenstaande óf twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren; huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; huisvestingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014; huurder: de huurder zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Woningwet; huurprijs: de huurprijs zoals omschreven in artikel 1, tweede lid onder a, van de Huisvestingswet 2014; huurprijsgrens: de huurprijsgrens zoals bedoeld in artikel 2 Besluit huurprijzen woonruimte; ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de BRP woonachtig is in een gemeente in de regio en diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; indicatie: een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperking(en) van een woningzoekende blijkt en waarin staat, of op basis waarvan, kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende dient te worden afgestemd; inschrijfduur: de periode dat een woningzoekende aaneensluitend staat ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 3:3, eerste lid; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; kamer: verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; leegstand: leegstand zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet; maatschappelijke binding: binding aan de regio zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingswet 2014; mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; mantelzorgrelatie: de uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraak tussen de ontvanger en de verlener over de te verlenen mantelzorg; mantelzorgwoning: een woning op het terrein van het huis van iemand die zorg nodig heeft. De woning is bedoeld voor de zorgverlener (vriend, familielid). Het is ook mogelijk dat de persoon die zorg nodig heeft in de mantelzorgwoning woont. In dat geval woont de zorgverlener in het bijbehorende huis; middenhuur woonruimte: 'middeldure huurwoonruimte' zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Huisvestingswet. Voor de puntenvaststelling voor woonruimten in de gemeente wordt met het oog op efficiëntie en effectiviteit (mede) uitgegaan van gegevens van de woonruimten die de gemeente zelf heeft verkregen ten behoeve van het vaststellen van de waarde onroerende zaakbelasting; NHG-kostengrens: de voor dat jaar vastgestelde NHG-kostengrens van woonruimte zonder energiebesparende maatregelen, volgens de voorwaarden en normen van de NHG; ondersteuning: noodzakelijke hulp die wordt geleverd in het kader van het voeren van een zelfstandig huishouden; ondersteuningsvraag: de vraag naar ondersteuning in verband met een ernstige beperking in de zelfredzaamheid die het gevolg is van een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte of psychische problemen; onttrekking: de onttrekking van woningen aan de woningvoorraad als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; onttrekkingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; prestatieafspraken: afspraken zoals bedoeld in artikel 44 van de Woningwet; regio: het woningmarktgebied bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; register: het regionale register van woningzoekenden; register van standplaatszoekenden: gemeentelijk register van standplaatszoekenden; SHH: de vereniging Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden; splitsingsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014; standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, waardoor een woonwagen op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of de gemeente kan worden aangesloten; standplaatszoekende: degene die in het register van standplaatszoekenden is ingeschreven; starter: een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd niet als huurder over een zelfstandige woonruimte binnen de regio beschikt; statushouders: de in artikel 12, vierde lid van de Huisvestingswet 2014 bedoelde categorie vergunninghouders; SVH: de vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden; toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen; toetsingscommissie: de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 4:1; urgentieverklaring: een besluit dat een woningzoekende indeelt in een urgentiecategorie zoals bedoeld in artikel 12 van de Huisvestingswet 2014; vergunning kadastrale splitsing: de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014; wettelijke taakstelling: de voor de gemeente geldende taakstelling op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: een toegelaten instelling zoals omschreven in artikel 19 van de Woningwet; woningzoekende: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; woningvorming: het verbouwen tot twee of meer woonruimten zoals bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; woonadres: het woonadres zoals omschreven in artikel 1.1 onder o., onder 1° van de Wet basisregistratie personen; woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een huurder de huidige woonruimte binnen de regio zelfstandig bewoont, volgens de gegevens van de basisregistratie personen; woonoppervlakte: het totaal van de oppervlakten van de vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer of doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes zoals een kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte of schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m², garage, zolder niet zijnde een vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld; woonruimte: woonruimte zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l. van de Huisvestingswet 2014; WOZ-waarde: de waarde vastgesteld als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken; zelfstandige woonruimte: zoals omschreven in artikel 234 van het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel