Dit hoofdstuk is van toepassing op woonruimten die onder de huurprijsgrens verhuurd worden door een woningcorporatie.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
woonruimten, bestemd voor inwoning;
onzelfstandige woonruimten;
woonruimten verhuurd op basis van een campuscontract;
woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet hebben verleend;
standplaatsen.
In het algemeen belang van volkshuisvesting, in het bijzonder de doorstroming, kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat artikelen in dit hoofdstuk ook van toepassing zijn op woonruimten onder de huurprijsgrens én op middenhuur woonruimten die worden verhuurd door een particuliere verhuurder.