Een vergunning als bedoeld in artikel 5:2 kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang van de door aanvrager voorgestelde wijziging;
het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad niet of niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
naar het oordeel van burgemeester en wethouders een onaanvaardbare inbreuk plaatsvindt op een geordend woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte, waar de aanvraag betrekking op heeft;
de vergunning in strijd is met de bepalingen uit de bestemmingsplannen, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening;
de vergunning in strijd is met het algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening, of
naar het oordeel van het burgemeester en wethouders een negatief oordeel uit een Bibob-toets voortvloeit ten aanzien van het verlenen van de vergunning.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:5
Weigeringsgronden omzetting, onttrekking en samenvoeging en woningsplitsing
Onderdeel van Huisvestingsverordening Leidschendam-Voorburg 2023