Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5:2 intrekken indien:
de houder van die vergunning niet binnen een jaar nadat die vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting, onttrekking, samenvoeging of woningsplitsing;
de vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
de voorwaarden of voorschriften vastgelegd in de artikelen in dit hoofdstuk niet worden nageleefd;
de op grond van artikel 4A:2 onder b genoemde onzelfstandige woonruimten na omzetting van de betreffende woonruimte langer dan zes maanden niet als onzelfstandige woonruimte is gebruikt.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:7
Intrekken vergunning omzetting, onttrekking, samenvoeging en woningsplitsing
Onderdeel van Huisvestingsverordening Leidschendam-Voorburg 2023