De in artikel 5:1 genoemde woonruimten mogen niet zonder vergunning:
geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar;
geheel of gedeeltelijk worden samengevoegd met andere woonruimte, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar;
worden verbouwd tot twee of meer zelfstandige woonruimten, anders dan een splitsing ten behoeve van mantelzorg, waarbij splitsing van de oorspronkelijke woonruimte plaatsvindt in enerzijds een zogenaamde mantelzorgwoning, waarin de zorgvrager woont en anderzijds een andere zelfstandige woning, welke door de zorggever wordt bewoond. Indien de mantelzorg beëindigd wordt, mag de mantelzorgwoning niet langer als zelfstandige woning gebruikt worden;
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte met drie of meer kamers worden omgezet, anders dan voor inwoning voor maximaal twee personen, niet behorende tot het huishouden van de hoofdbewoner.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:2
Vergunningplicht omzetting, onttrekking, samenvoeging en woningsplitsing
Onderdeel van Huisvestingsverordening Leidschendam-Voorburg 2023