Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 5.

Ondersteuning en voorzieningen

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2023

1.. Proefplaatsing Een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature of op een bab gedurende twee maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever de klant aansluitend voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet. Deze periode van twee maanden kan indien nodig éénmalig worden verlengd met maximaal vier maanden. In geval van proefplaatsing met als doel om een loonwaarde te bepalen kan in afwijking van artikel 5, eerste lid onder a, worden gekozen voor een periode van drie maanden. In beginsel wordt de proefplaatsing niet verlengd, als tijdens de proefplaatsing een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden en dit heeft geleid tot het toekennen van loonkostensubsidie. 2.. Persoonlijke ondersteuning bij werk Voor klanten die problemen ervaren op meerdere domeinen die belemmerend zijn om naar school of aan het werk te gaan, kan jobcoaching of interne werkbegeleiding worden ingezet. Een aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning bij werk. De in te zetten persoonlijke ondersteuning wordt bepaald op basis van de individuele behoefte en mogelijkheden van mensen met een beperking. De persoonlijke ondersteuning wordt voor maximaal twee jaar ingezet. Deze periode kan in uitzonderingsgevallen met een jaar worden verlengd. Het college kan jobcoaching in de vorm van natura verstrekken door middel van de inzet van een jobcoach die werkzaam is in dienstverband bij of in opdracht van de gemeente. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: beschikken over de juiste opleiding en ervaring op het gebied van begeleiding en coaching van mensen met een arbeidsbeperking. Een relevante opleiding, zoals een sociaal- pedagogische of psychologische opleiding, is daarbij belangrijk en; op de hoogte zijn van de wet- en regelgeving die van toepassing is op mensen met een arbeidsbeperking en de Participatiewet en; beschikken over goede communicatieve vaardigheden. Hij of zij moet op een duidelijke en begrijpelijke manier kunnen communiceren met zowel de klant als werkgevers en andere betrokkenen. 3.. Vervoersvoorziening Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig of met openbaar vervoer naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor de toegekende vervoersvoorziening. Het college kan per situatie de noodzaak van de hoogte van de vergoeding bepalen. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 4.. Noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. 5.. Meeneembare voorzieningen Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 6.. Werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. 7.. Integrale ondersteuning en voortgezette ondersteuning Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale ondersteuning met het oog op de arbeidsinschakeling alsmede voortgezette persoonlijke ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g van de Participatiewet. 8.. Het college stelt in beleidsregels vast welke niet in deze verordening opgenomen ondersteuning, voorzieningen en overige voorzieningen het college kan aanbieden. 9.. Het college stelt het aanbod en de voorwaarden in beleidsregels vast die gelden voor de in het vorige lid van dit artikel bedoelde ondersteuning, voorzieningen en overige voorzieningen. 10.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn verbonden aan de inkomensvoorziening waar een klant aanspraak op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan een aan deze klant aangeboden voorziening. 11.. In opdracht van het college kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van het college advies uitbrengen met betrekking tot de medische, dan wel arbeidsmedische situatie van een persoon die van invloed zijn op de ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel