In juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. Uitgangspunt bij het toepassen van partijen grond en baggerspecie is dat deze definitief onderdeel gaan uitmaken van de bodem (een zogenoemde bodemtoepassing). Er wordt ook wel gesproken over het 'beheer van grondstromen', oftewel het op die plaats toepassen van grond (of baggerspecie) waar dit geen risico's oplevert voor enerzijds de actuele bodemkwaliteit ter plaatse (standstill-principe) en anderzijds de functie die de bodem heeft.
Met de actuele bodemkwaliteit wordt de diffuse bodemkwaliteit bedoeld, ook wel achter-grondkwaliteit. Deze diffuse bodemkwaliteit is kenmerkend voor een bepaald gebied en is niet gerelateerd aan een specifieke en herkenbare bron zoals in het geval van puntverontreinigingen. Voor deze laatste vorm van verontreinigingen is het saneringsbeleid van kracht (Wet bodembescherming voor de landbodem en de Waterwet voor de waterbodem) tot het inwerking treden van de Omgevingswet.
Bij het (opnieuw) toepassen van bouwstoffen is het Bbk met name gericht op het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging.
In figuur 10 is de positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid aangegeven.
Figuur 10: Positie van het Besluit bodemkwaliteit binnen het bodembeleid
Relatie met saneringsbeleid
In figuur 10 is aangegeven dat het Bbk niet van toepassing is op het saneren van bodemverontreinigingen. Dit is immers geregeld in de Wet bodembescherming. Echter, wanneer wordt gekozen voor functiegericht saneren, heeft het saneringsbeleid wél een koppeling met het Bbk. De in de bodemkwaliteitskaart bepaalde toepassingskaart bepaalt namelijk de concentratie tot waar minimaal dient te worden gesaneerd (de terugsaneerwaarde). Het gaat hierbij om de maximale waarden voor de functieklasse ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ of ‘Industrie’. Indien door de gemeente lokale maximale waarden zijn vastgesteld, gelden deze als terugsaneerwaarde.
Het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming zal derhalve voor de terugsaneerwaarden, maar ook voor de milieuhygiënische kwaliteit van de leeflaag of aanvulgrond, in eerste instantie uitgaan van de maximale waarden voor de functieklasse ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ of ‘Industrie’.
Hoofdstuk 20 › Paragraaf 20.1
Artikel 20.1.2
Besluit bodemkwaliteit
Onderdeel van Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond