Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 22 › Paragraaf 22.3

Artikel 22.3.4

(Water)bodemonderzoek

Onderdeel van Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

Bodemonderzoeken die voldoen aan bepaalde onderzoeksstrategieën van de NEN 5740 en NEN 5720 zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Voor toe te passen grond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit: Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van een schone bodem; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; Onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet-schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof. Deze onderzoeksstrategieën van de NEN 5740 gaan uit van een monsternemingsintensiteit die in eenzelfde orde van grootte ligt als bij de partijkeuring en de erkende kwaliteitsverklaringen. Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van toe te passen of te verspreiden baggerspecie en voor de kwaliteit van de bodem onder oppervlaktewater zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 5720 toegestaan. Indien grond van buiten het beheergebied wordt aangevoerd is het generieke beleid van toepassing (d.w.z. uitvoering van dubbele toets op ontvangende bodem en functieklasse). De kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden aangetoond met de onderstaande middelen: Bodemkwaliteitskaart (kwaliteit van de ontvangende bodem); Onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de ontvangende bodem: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie; Onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie; Onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem; Onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; Onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet-schone grond uit diffuus belaste gebied. Indicatief bodemonderzoek onverharde bermen of bij graafwerkzaamheden bodemkwaliteits-zones ‘B1. Oud Volendam en Purmer’, ‘B2. Wonen B en Oud Edam’ en ‘O1. Wonen B, Oud Edam, Oud Volendam en Purmer’ Als bermgrond weer wordt toegepast in onverharde bermen (zie hoofdstuk 1 van deze Nota), moet voorafgaande aan de toepassing een indicatief onderzoek plaatsvinden. Voor het onder-zoek hoeft alleen de te ontgraven bodemlaag te worden onderzocht; onderzoek van de bodem-laag dieper dan de ontgravingsdiepte en het grondwater is niet nodig. Bij de bermgrond wordt vanwege mogelijke verschillen in kwaliteit geadviseerd om bij dit onderzoek onderscheid te maken in een bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,3 meter diepte en een diepere bodemlaag tot en met ontgravingsdiepte. Ten aanzien van de eventueel te onderscheiden partijen grond in de onverharde wegberm sluit de gemeente aan bij de nadere toelichting hierover in de BRL SIKB protocol 1001. Bij graafwerkzaamheden voor kabels/leidingen/riolering/groenvoorziening in de bodemkwali-teitszones ‘B1. Oud Volendam en Purmer’, ‘B2. Wonen B en Oud Edam’ en ‘O1. Wonen B, Oud Edam, Oud Volendam en Purmer’ moet tevens voorafgaand een indicatief onderzoek plaatsvinden. Voor het onderzoek hoeft alleen de te ontgraven bodemlaag te worden onderzocht; onderzoek van de bodemlaag dieper dan de ontgravingsdiepte en het grondwater is niet nodig. Het onderzoek moet conform de NEN 5740, strategie VED-HO-L zijn uitgevoerd en door voor de BRL SIKB protocol 2001 gecertificeerd bedrijf/persoon dat een ministeriële erkenning heeft.

Rechtspraak bij dit artikel