Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 23 › Paragraaf 23.1

Artikel 23.1.3

Beoordeling

Onderdeel van Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond

De gemeenten toetsen de voorgenomen toepassing, en de eventueel bijgeleverde stukken, aan het Besluit bodemkwaliteit en onderliggende Bodembeheernota. Hierbij wordt in ieder geval nagegaan of: Het meldingsformulier volledig is ingevuld en of de benodigde bewijsmiddelen zijn bijgevoegd (dus of de melding ontvankelijk is); De werkzaamheden onder het juiste toepassingskader zijn aangemeld; Terecht van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel gebruik wordt gemaakt; Indien gebruik wordt gemaakt van ‘vragenformulier NEN 5725’, of deze volledig en correct is ingevuld; Op basis van de verstrekte informatie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er inderdaad geen sprake is van bijzondere omstandigheden of onverwachte situaties; De aangeleverde bewijsmiddelen acceptabel en voldoende zijn; De eindconclusie over de toepasbaarheid van de partij grond of baggerspecie juist is. De gemeente is het bevoegd gezag en heeft de taak om de melding te toetsen. De deelnemende gemeenten hebben de mogelijkheid een andere partij zoals de omgevingsdienst aan te wijzen om deze taken over te nemen. Indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens naar het oordeel van de toetsende instantie onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, zullen door de toetser nadere gegevens van de melder worden verlangd. Dit verzoek kan telefonisch, per e-mail of per brief plaatsvinden. Door de melder kan in principe vijf werkdagen na het melden met de werkzaamheden worden aangevangen. De gemeente neemt namelijk geen formeel besluit op de melding. Een toepasser kan zich niet beroepen op het uitblijven van een reactie van de gemeente op een melding. De toepasser is en blijft namelijk zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel