Naar hoofdinhoud
Het gemeenteraadslid is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor een goede naleving van deze gedragscode. Deze gedragscode is bedoeld voor raadsleden ter bewustwording van het ambt, binnen het openbaar bestuur. Door bewust de gedragscode na te leven, beschermt het gemeenteraadslid zichzelf voor situaties waarin omgangsvormen of de integriteit in gedrang komen. Als een gevoel ontstaat dat een gemeenteraadslid zich niet aan de gedragscode houdt, dan spreken raadsleden elkaar allereerst, op een open en constructieve manier, aan. Een persoonlijk gesprek is daarvoor het beste middel. Indien gewenst kan de voorzitter van de gemeenteraad of de griffier hierbij aansluiten. Het belangrijkste doel van een gesprek is het waarborgen van een veilig gevoel om over gevoel, ervaringen en dilemma’s met elkaar in gesprek te komen en zo invulling te geven aan het principe van “het elkaar behoeden in plaats van afrekenen”. Als daarna het vermoeden blijft bestaan dat een gemeenteraadslid zich niet aan de afspraken in het kader van gedrag houdt, dan kan het presidium dan wel de voorzitter van de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van een ambtenaar of een derde, opdracht geven tot het instellen van een vooronderzoek. Dit wordt aan het gemeenteraadslid bekend gemaakt. In geval van (mogelijke) integriteitsschendingen, of de schijn hiervan, kan er op grond van het protocol zoals vastgelegd in de “Notitie instellen Commissie Integriteit gemeente Brunssum” een melding gedaan worden waarna een onderzoek wordt ingesteld.

Rechtspraak bij dit artikel