De vergunning als bedoeld in artikel 5:15 kan door de burgemeester en wethouders worden ingetrokken, :
de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist, of redelijkerwijs kon vermoeden dat het onjuiste of onvolledige gegevens waren;
de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5c
Artikel 5:21
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Delft 2023