Onverminderd het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van de wet, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 4.2 geweigerd indien:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarde of voorschriften, of
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.4
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2023 – gemeente Blaricum