**1..** Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woning-zoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling.
**2..** Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1.0 tot 1,8 maal de inkomens-grens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm).
** 3. .** Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningnet (DAEB-norm).
**4..** Met inachtneming van het eerste en tweede lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsver-gunning voor een aangepaste woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen.
**5..** Met inachtneming van het eerste en tweede lid kunnen verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken.
**6..** Het college kan verhuurders, toestemming geven om, met inachtneming van het eerste en tweede lid, voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doel-groepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 13.
Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gouda 2023