Als een initiatiefnemer kan aantonen dat sprake is van bijzondere omstandigheden (zeer grote uitbreidingen) of dat realistische mobiliteitsmaatregelen worden getroffen waardoor het autobezit of autogebruik lager is dan normaal, kan een reductie van de parkeereis worden toegepast. Deze situaties zijn in onderstaande tekst nader toegelicht.
Mobiliteitsmanagement bedrijven
Mobiliteitsmanagement is een verzamelnaam voor inspanningen om de mobiliteitskeuzes van individuen te beïnvloeden. In Nederland wordt hier meer in het bijzonder bedoeld het stimuleren van het gebruik van alternatieven voor de auto door werknemers. Het gaat hierbij om het organiseren van slim reizen. Hieronder worden allerlei alternatieven van solistisch autogebruik (tijdens de spits) verstaan, zoals carpoolen, deels of volledig gebruik van openbaar vervoer, thuiswerken, telewerken, fietsen, etc.
Bij het toepassen van een reductiefactor als gevolg van mobiliteitsmanagement is er sprake van duidelijke, bewezen en realistische maatregelen. Vrijstelling van (een gedeelte van) de parkeereis voor werknemers als het autogebruik structureel een lagere parkeervraag genereert dan de parkeereis. De aanvrager moet dit zelf aantonen op basis van onder andere:
Arbeidsvoorwaarden/reiskostenregeling die voorziet in het financieel aantrekkelijk maken van het gebruik van de fiets of het openbaar vervoer.
Het beschikbaar stellen van een abonnement voor het openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer.
Actieve deelname aan een lokaal of regionaal programma Mobiliteitsmanagement.
De reductie bedraagt maximaal 50% van de parkeereis voor werknemers (met een maximum van 20 parkeerplaatsen) als er sprake is van aantoonbaar structureel lager autogebruik.
Grote getallen reductie
Een uitbreiding van een ontwikkeling van grote omvang zal niet leiden tot een recht evenredige verhoging van de parkeervraag. Bij grotere ontwikkelingen (alleen bij uitbreidingen) met een groot aandeel bezoekers (> 80%), mag indien uit de parkeerbehoefteberekening volgt dat meer dan 100 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, een reductie van 15% op de parkeereis worden toegepast.
Vrijstelling voor beroep of bedrijf aan huis
De gemeente Westervoort wil het beginnen van een kleinschalig bedrijf aan huis stimuleren. Als onder de definities van het vigerende bestemmingsplan sprake is van een beroep of bedrijf aan huis en het redelijkerwijs niet mogelijk is om de benodigde parkeerplaatsen (geheel of gedeeltelijk) op eigen terrein te realiseren, wordt in principe vrijstelling verleend van de parkeereis (zonder dat hier financiële consequenties aan verbonden worden). Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling (bijvoorbeeld kapper, pedicure, schoonheidsspecialist), waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis maximaal 2,0 parkeerplaatsen bedraagt;
Er is geen sprake van detailhandel, groepsonderwijs, -opvang of -therapie of daarmee naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen intensieve bezoekersfuncties.
De gemeente kan in geval van een hoge lokale parkeerdruk de initiatiefnemer verzoeken om een parkeerdrukmeting uit te voeren om aan te tonen dat de parkeervraag ook daadwerkelijk in de openbare ruimte opgevangen kan worden. In bijlage 3 staan de basiseisen voor een dergelijk parkeerdrukonderzoek.
Afwijken parkeereis door inzet deelauto’s
Er dienen zich steeds meer middelen aan waarmee de parkeereis op een alternatieve manier kan worden ingevuld. Een van deze middelen is de inzet van een deelauto. Een deelauto kan door meer inwoners gebruikt worden waardoor er een andere parkeernorm gehanteerd wordt. Uit onderzoek is gebleken dat één deelauto met parkeerplaats volstaat aan een parkeernorm van vijf normale parkeerplaatsen (CROW-KpVV, 2016). Dit betekent dat bij het gebruik van een deelauto de gehele parkeernorm voor de nieuwe activiteit/ontwikkeling verlaagd wordt met vier. De openstaande parkeernorm kan op een andere afwijkmogelijkheid worden ingevuld of met meerdere (particuliere) deelauto’s. De gemeente stelt voor deze afwijkingsmogelijkheid de volgende voorwaarde:
Deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast voor de verlaging van de parkeereis van de 2e auto. Tevens is de reductie alleen toepasbaar op de bewonersvraag met een maximum van 15% van de totale parkeereis;
Een deelauto + parkeerplaats vervangt hierbij maximaal 5 normale parkeerplaatsen;
De initiatiefnemer moet zelf voorzien in een deelauto en een goed werkend reserveringssysteem hiervoor, eventueel in samenwerking met een derde partij;
De initiatiefnemer moet op eigen terrein de hiervoor benodigde parkeerplaatsen expliciet reserveren voor de deelauto’s;
Als de deelauto’s gebruik maken van een plek in de openbare ruimte, dient middels een onafhankelijk parkeeronderzoek te worden aangetoond dat dit mogelijk is zonder dat dit leidt tot een onacceptabele parkeersituatie.
Bij beëindiging van de inzet van een deelauto, dient de initiatiefnemer alsnog over de ontbrekende parkeerplaatsen te voorzien in de parkeereis en/of gebruik te maken van afwijkingsmogelijkheden.
Rekenvoorbeeld inzet deelauto
In het centrum van Westervoort worden 20 middelgrote appartementen gerealiseerd. De bijbehorende parkeernorm bedraagt 1,7 waarvan 0,3 voor bezoekers. De maximale parkeervraag vanuit het bewonersdeel bedraagt 20 x 1,4 = 28 parkeerplaatsen. De ontwikkelende partij wil graag een deelauto inzetten en gebruik maken van de maximaal toegestane reductie van 15%.
De maximale reductie bedraagt 28 – (28 x 0,85) = 5 parkeerplaatsen (afgerond). Een deelauto vervangt netto 4 privéauto’s, want een deelauto dient zelf ook gestald te worden. De maximale parkeerbehoefte vanuit het bewonersdeel bedraagt daarmee 28 - 5 + de stalling van 1 deelauto = 24 parkeerplaatsen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Reductiefactoren
Onderdeel van Parkeernormennota Westervoort