Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Verordening verhoging of verlaging van de bijstandsnorm gemeente Brummen

In deze verordening wordt verstaan onder de wet: de Wet werk en bijstand (WWB). alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad, als er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad als er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. gehuwde: een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die gehuwd is dan wel als partner geregistreerd staat. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind. ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuw- de aanspraak op kinderbijslag kan maken. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. woning: onder een woning wordt mede verstaan een woonwagen en een woonschip woonkosten: als een huurwoning wordt bewoond: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslag- tijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag als een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Onder zakelijke lasten wordt verstaan:, de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten. netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimum vakantietoeslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon tenminste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen. Loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel 37 van de Wet werk en bijstand. onderhuurder: de persoon die tegen een commerciële prijs een deel van een woning huurt van de hoofdbewoner. Onder een commerciële prijs wordt verstaan een bedrag ter hoogte van tenminste 15% van het toepasselijk netto minimumloon. kostganger: de persoon die tegen een commerciële prijs kost en inwoning geniet. Onder een commerciele prijs wordt verstaan een bedrag ter hoogte van tenminste 40% van het netto minimumloon. zorgbehoevende:degene die, als hij niet tezamen met een andere persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een verzorgingstehuis of in een andere inrichting ter verpleging of verzorging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel