Naar hoofdinhoud
1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet als de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt bepaald op 20% van het netto minimumloon voor: de alleenstaande, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kind(eren), in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; de alleenstaande ouder met zijn inwonende kind(eren), die minder verdienen dan 40% van het toepasselijke minimumloon en in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; de onderhuurder of kostganger; de alleenstaande of alleenstaande ouder, die zorgbehoevend is; de alleenstaande of alleenstaande ouder, die uitsluitend tezamen met één of meer zorgbehoevenden de woning bewoont. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is 10% van het netto minimumloon. 4.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid bedraagt de toeslag als bedoeld in het eerste lid voor: de 21-jarige alleenstaande: 10% van het netto minimumloon; de 22-jarige alleenstaande: 15% van het netto minimumloon. 5.. Als het tweede en vierde lid niet van toepassing zijn, bedraagt de toeslag als bedoeld in het eerste lid voor: de 21-jarige alleenstaande: 5% van het netto minimumloon; de 22-jarige alleenstaande: 10% van het netto minimumloon. 6.. Onverminderd het elders in deze verordening bepaalde over verhogingen of verlagingen van de bijstandsnorm, bedraagt de toeslag 5%, als de alleenstaande of de alleenstaande ouder lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan voor de belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.

Rechtspraak bij dit artikel