Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers nabij woning/werk

Onderdeel van Beleid gehandicaptenparkeerplaatsen

3.1. De aanvraag dient te bevatten: het aanvraagformulier voor de gehandicaptenparkeerplaats. Op dit aanvraagformulier machtigt de aanvrager de Gemeente om gebruik te mogen maken van het indicatiebesluit waaruit de geschatte maximale loopafstand (0 - 50/50 - 100) van de aanvrager blijkt. 3.2. Voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers kunnen in aanmerking komen: personen die beschikken over een rechtsgeldige Europese Gehandicapten-parkeerkaart, die nog minimaal een half jaar geldig is. 3.3. De aanvrager dient niet te (kunnen) beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals bedoeld in artikel 6.1, met dien verstande dat de parkeergelegenheid op eigen terrein zich niet verder van de woning van de aanvrager bevindt dan de maximaal in het indicatiebesluit vastgestelde loopafstand. 3.4 . De aanleg van een individuele gehandicaptenparkeerplaats mag geen negatieve gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. 3.5 . Het dient op erftoegangswegen niet mogelijk te zijn om in tweede linie verkeersveilig te stoppen om de passagier te begeleiden bij het in — of uitstappen binnen de maximaal in het indicatiebesluit vastgelegde loopafstand. Daarnaast mag de afstand van de locatie waar in tweede linie kan worden gestopt tot de voordeur niet groter zijn dan 100 meter. 3.6 . De aanvrager kan blijkens de uitkomst van het verkeerstechnisch onderzoek, zoals omschreven in artikel 5 van deze beleidsregels, niet beschikken over voldoende beschikbare parkeergelegenheid binnen de maximaal in het indicatiebesluit vastgelegde loopafstand. 3.7 . Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers dient de aanvrager of een huisgenoot van de aanvrager, eigenaar te zijn van een motorvoertuig. 3.8 . Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers dient de aanvrager, indien hij of zijn huisgenoot geen eigenaar zijn van het motorvoertuig waarvoor hij de aanvraag doet, een verklaring te overleggen waaruit blijkt dat het motorvoertuig wordt gehuurd of geleased. 3.9 . De werkgever is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van parkeerruimte voor een werknemer met een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers. Indien het niet mogelijk is om verkeersveilig te stoppen in tweede linie op een erftoegangsweg (30km/u) op een afstand van niet meer dan 50 meter van de voordeur van het bedrijf moet de werkgever zorgdragen voor ruimte voor een algemene gehandicaptenparkeerplaats. Alleen indien de werkgever geen ruimte op eigen terrein heeft, kan worden uitgeweken naar de openbare ruimte. Er wordt dan een tijdsbeperking aan de plek gekoppeld. 3.10. Een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers wordt gerealiseerd door het aanbrengen van een kruisvak en door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RW met een onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager of van de huisgenoot van aanvrager. Het kruisvak wordt aangebracht in de vorm van een markering. Is dit vanwege het soort bestratingsmateriaal of uit esthetisch oogpunt niet gewenst, dan wordt het kruisvak aangebracht in de vorm van een andere kleur/soort bestratingsmateriaal waarbij het kruisvak duidelijk afwijkt van de bestaande bestrating. 3.11. Voor individuele gehandicaptenparkeerplaatsen ten behoeve van passagiers die aangelegd worden op een particulier terrein van derden heeft de gemeente Beekdaelen vooraf toestemming nodig van de eigenaar van het terrein waarop de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd dient te worden. 3.12. Een gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken c.q. niet verlengd indien de aanvrager niet langer beschikt over een rechtsgeldige Europese gehandicaptenparkeerkaart en bij overlijden of verhuizing naar een andere kern of gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel