Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Parkeergelegenheid op eigen terrein

Onderdeel van Beleid gehandicaptenparkeerplaatsen

7.1. Onder een parkeerplaats op eigen terrein wordt verstaan, een parkeerplaats (op een eigen terrein of in een garage): waarover de aanvrager kan beschikken (op grond van eigendom, erfpacht huur, ingebruikgeving en dergelijk), of; welke de aanvrager kan huren in een garage of op een open perceel grond welke (volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpacht - of splitsingsakte, of een huur — of koop-overeenkomst) bestemd is voor de woning van de aanvrager. 7.2 . Een parkeerplaats als bedoeld in artikel 6.1 onderdeel 1 wordt als parkeerplaats op eigen terrein beschouwd indien deze voldoet aan de volgende voorwaarden: toegankelijkheid: de parkeerplaats dient te kunnen worden bereikt via een doorgang of toegang die minimaal 2,30 meter breed is; een parkeerplaats op eigen terrein dient ten minste 2,50 meter breed en 6,00 lang te zijn; een parkeerplaats in een garage dient ten minste 2,65 meter breed en 6,00 meter lang te zijn. 7.3. Als parkeerplaats op eigen terrein wordt niet beschouwd een parkeerplaats welke niet geschikt is voor LPG, indien de aanvrager eigenaar of houder is van een voertuig dat op LPG rijdt. 7.4 . Indien een aanvrager over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt welke hij, om welke reden dan ook, aan een derde ter beschikking heeft gesteld, wordt deze parkeerplaats voor de toepassing van deze beleidsregels als een parkeerplaats op eigen terrein voor de aanvrager beschouwd. 7.5 . Indien er op een eigen terrein of in een garage zoals bedoeld in artikel 6.1 parkeerplaatsen beschikbaar zijn of komen, worden deze geacht beschikbaar te staan aan het huishouden die het langst op het betreffende adres waarvoor de parkeerplaats bestemd is, staan ingeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel