Belangrijke beleidsnota’s
Nota Actualisatie beleid voorschoolse educatie en peuteropvang 2023
Doel van de subsidie
Het creëren van een veilige en stimulerende omgeving voor jonge kinderen in de peuteropvang. Belangrijkste doel van de voorschoolse educatie is dat kinderen zoveel mogelijk zonder achterstand in de Nederlandse taal starten in het primair onderwijs.
Aan alle peuters worden optimale ontwikkelingskansen geboden. Achterstanden in de ontwikkeling worden vroegtijdig gesignaleerd. Peuters met achterstanden of problemen worden indien nodig doorverwezen binnen de bestaande ondersteunings- of zorgstructuur.
Activiteiten
Het aanbieden van peuteropvang (met een VE-programma) aan een peuter van 2 tot 4 jaar, waarvan de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Het aanbieden van extra uren peuteropvang met een VE-programma (in combinatie met peuteropvang) aan een doelgroeppeuter van 2½ tot 4 jaar.
Vorm van de subsidie
Prestatiesubsidie
Kernvoorziening
Nee
Is meerjarige subsidie mogelijk?
Nee
Totstandkoming subsidiebedrag
Voor de subsidie van (doelgroep)peuterplaatsen in de kinderopvang wordt het door de rijksoverheid vastgestelde landelijk maximum uurtarief voor kinderdagopvang aangehouden1Wijzigingen in de hoogte van het landelijk maximum uurtarief voor kinderdagopvang en in de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang die na 15 augustus bekend worden kunnen leiden tot wijziging van de aangevraagde subsidie..
Voor de inkomensafhankelijke ouderbijdrage geldt de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.
Per bezette VE-peuterplaats wordt per doelgroeppeuter naar rato een VE-jaarbedrag gesubsidieerd. Deze subsidie wordt verstrekt voor doelgroeppeuters die een VE-peuterplaats bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE-jaarbedrag naar rato verstrekt.
Bij afwijking van het landelijk maximum uurtarief voor kinderdagopvang en/of van het VE-jaarbedrag en/of van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang neemt het college een besluit.
De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-)peuterplaats.
Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen per jaar:
Per bezette reguliere peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag 260 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur) of 320 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur) gedurende 40 weken per jaar, vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door de rijksoverheid vastgestelde maximum uurtarief in het betreffende jaar. De peuter maakt twee dagdelen per week en 40 weken per jaar gebruik van de peuterplaats.
Per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 650 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur) of 640 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur) gedurende 40 weken per jaar), vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 320 uur per jaar. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door de rijksoverheid vastgestelde maximum uurtarief.
Per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 330 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur) of 320 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur) gedurende 40 weken per jaar, vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door de rijksoverheid vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog ten minste 320 uren per jaar gebruik van een peuterplaats met VE-aanbod.
Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.
De subsidie wordt ter verlaging van de ouderbijdrage beschikbaar gesteld aan de houder, die dit verrekent met de ouderbijdragen van ouders zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag en van ouders van doelgroeppeuters.
Doelgroep (VE)
Geen doelgroep (regulier)
ouders geen recht op kinderopvangtoeslag
640 uur bij dagdelen van 4 uur of 650 uur bij dagdelen van 3,25 uur minus ouderbijdrage*
320 uur bij dagdelen van 4 uur of 260 uur bij dagdelen van 3,25 uur minus ouderbijdrage
ouders wel recht op kinderopvangtoeslag
320 uur bij dagdelen van 4 uur of 330 uur bij dagdelen van 3,25 uur of (+ ten minste 320 uur o.b.v. KOT)
-
ouderbijdrage gebaseerd op 320 uur per jaar
Regels voor dreigende overschrijding subsidieplafond
Wijze van verdeling
Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie geschiedt in de volgende volgorde bij dreigende overschrijding van het subsidieplafond:
Aanvragen van houders voor een locatie waarvoor deze houder in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie heeft ontvangen, voor maximaal het totaal aantal peuters dat op 1 juli in het voorafgaande jaar geplaatst was.
Aanvragen voor peuters, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen en waarvan de betreffende locatie op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar als kinderdagverblijf in het LRK was opgenomen.
Wanneer bij punt I het subsidieplafond al wordt overschreden, worden de aanvragen van aanbieders die vallen onder dit punt met een gelijk percentage gekort, uitgaande van het totaal aantal peuters dat op 1 juli in het voorafgaande jaar geplaatst was.
Wanneer bij I en II gezamenlijk het subsidieplafond wordt overschreden, wordt voor aanbieders onder punt I verleend voor maximaal het totaal aantal peuters dat op 1 juli in het voorafgaande jaar geplaatst was en wordt op de aanvragen van aanbieders die vallen onder punt II met een gelijk percentage gekort.
Nadere eisen/criteria/definities
Definities:
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming.
College
Het college van burgemeester en wethouders.
Doelgroeppeuter
Peuter van 2½ tot 4 jaar, ingeschreven in de gemeente, die van de JGZ een VE-indicatie heeft gekregen.
Gemeente
Gemeente Haarlemmermeer.
Houder
Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kinderdagverblijf exploiteert dat geregistreerd is in het LRK.
Indicatie VE
De JGZ-arts of -verpleegkundige geeft op basis van vastgestelde criteria een VE-indicatie.
Inkomensverklaring
Een officiële verklaring van de Belastingdienst met de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar.
JGZ
Jeugdgezondheidszorg is een onderdeel van de GGD Kennemerland. De JGZ stelt de VE‑indicatie vast en geeft advies, voorlichting en begeleiding aan ouders en kinderen.
Kinderopvangtoeslag (KOT)
De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang.
LRK
Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het LRK vermeldt ook of een locatie VE-geregistreerd is.
Nieuwe aanvrager
Een aanbieder van VE die nog niet eerder een prestatiesubsidie van de gemeente heeft ontvangen voor opvang van (doelgroep)peuters.
Ouderbijdrage
Financiële vergoeding die de ouders moeten betalen bij afname van een peuterplaats of een VE-peuterplaats.
Ouders
Ouder(s) of verzorger(s) van de peuter.
Reguliere peuter
Niet-doelgroeppeuter, ingeschreven in de gemeente, in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar.
Peutergroep
Een groep in de kinderopvang die uitsluitend bestaat uit kinderen van 2 jaar tot het moment dat zij naar het primair onderwijs uitstromen.
Peuteropvang
Voorschoolse voorziening met uitsluitend peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen.
Peuterplaats
Plaats voor peuters in de peuteropvang.
Subsidie
Gemeentelijke subsidie verstrekt op grond van deze verdeelregel.
Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag
Een door beide ouders of de alleenstaande ouder ondertekende verklaring, waarmee ouders bevestigen dat geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag, bijvoorbeeld omdat ten minste één ouder niet werkt, geen erkende opleiding of inburgeringscursus bij een gecertificeerde instelling volgt en niet participeert in een traject naar werk
Voorschoolse zorgstructuur
Hierin werken kinderopvang en andere zorgorganisaties en professionals, zoals Alert4You, de JGZ, preventieve logopedie en de gemandateerde zorgcoördinator 0-4 jaar, samen met als doel het optimaal begeleiden van (doelgroep)peuters met een zorgvraag.
VE
Voorschoolse educatie; het aanbod voor doelgroeppeuters met een VE-indicatie van 2½ tot 4 jaar. De voorschoolse educatie is gericht op het voorkomen of verkleinen van achterstanden in de Nederlandse taal.
VE-jaarbedrag
Een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag voor de extra kosten per bezette VE‑peuterplaats.
VE-monitor
Digitale monitor voor de toeleiding van doelgroeppeuters.
VE-peuterplaats
Plaats in de peuteropvang met een VE-programma voor een doelgroeppeuter woonachtig in de gemeente.
VE-programma
Een erkend voorschools programma, dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de algemene ontwikkeling van peuters wordt gestimuleerd en waarbij veel aandacht is voor de taalontwikkeling.
De subsidieaanvraag
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor peuterplaatsen op locaties die bij de start van de subsidieperiode als kinderdagverblijf met een VE-aanbod zijn opgenomen in het LRK, die gevestigd zijn in de gemeente en die voldoen aan alle eisen in deze verdeelregel.
Voor nieuwe aanvragers geldt dat registratie VE in het LRK wordt gedaan nadat er een positief besluit is genomen over de subsidieverlening. Nieuwe aanvragers voldoen aan de overige eisen in deze verdeelregel en aan de voorwaarde dat de inspectie GGD een positief advies heeft gegeven na incidentele inspectie conform de voorwaarden item Voorschoolse educatie op de kwaliteitseisen zoals genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Wet kinderopvang.
De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het gemiddeld aantal bezette (VE-)peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen in het betreffende subsidiejaar.
Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format.
De ingevulde inhoudelijke vragenlijst (verlening) wordt bij de aanvraag toegevoegd.
Bijzondere bepalingen en verplichtingen voor de houder
Houder is verplicht doelgroeppeuters voorrang te geven bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen.
Houder is verplicht peuters die woonachtig zijn in de gemeente voorrang te geven bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen.
Houder werkt samen met de JGZ voor een sluitende aanpak op het gebied van toeleiding en plaatsing via de VE-monitor en levert daartoe de benodigde informatie.
Houder past een inkomensafhankelijke ouderbijdrage toe voor die ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Deze ouderbijdrage wordt bepaald door het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de VNG-adviestabel voor de peuteropvang van het betreffende jaar.
Voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de inkomensverklaringen van beide ouders (bij eenoudergezin van één ouder) gebruikt van 2 jaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar. Bij een afwijking van 15% van het inkomen dienen ouders nieuwe inkomensverklaringen aan de houder te overleggen voor het opnieuw vaststellen van de ouderbijdrage. Voor vaststelling van het inkomen kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering et cetera. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing.
Houder verschaft indien nodig op verzoek informatie aan de gemeente, de GGD en de Inspectie van het Onderwijs.
De AVG wordt toegepast bij alle informatie die door de houders aan de gemeente wordt verstrekt.
De houder heeft een verwerkersovereenkomst afgesloten voor het werken met de digitale VE-monitor.
Aanpassing van het VE-aanbod wordt aangevraagd bij de gemeente via het formulier Aanvraag aanpassing VE aanbod. Hierbij kan het gaan om verlenging of om beperking van het VE-aanbod, bijvoorbeeld door een combinatie met een ander aanbod zoals behandelgroep Kabouterhuis.
Kwaliteitseisen
Op alle groepen met gesubsidieerde peuterplaatsen wordt een VE-programma aangeboden, ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn.
Medewerkers die worden ingezet voor VE voldoen aan de landelijke eisen voor beroepskrachten VE. Pedagogische medewerkers en tutoren VE die niet zijn gecertificeerd voor het VE-programma waarmee wordt gewerkt, worden door de aanbieder getraind in het gehanteerde VE-programma.
Alle pedagogisch medewerkers zijn, als er VE aangeboden wordt, gecertificeerd in het werken met het VE-programma waarmee wordt gewerkt.
Alle pedagogisch medewerkers hebben aantoonbaar het taalniveau 3F voor spreek- en luistervaardigheid en lezen (afkomstig uit de Referentieniveaus taal van de commissie Meijerink) en kunnen desgevraagd daartoe diploma’s overleggen.
Alle pedagogisch medewerkers zijn, als er VE aangeboden wordt, geschoold in het opbrengstgericht werken en werken planmatig volgens de systematiek van het opbrengstgericht werken.
De kwaliteit van het VE-aanbod en het opbrengstgericht werken worden nader ingevuld en geëvalueerd door de inzet van tutoren en de pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE. Hiervoor is per doelgroeppeuter 1 contractuur per week beschikbaar, waarvan 10 uren per jaar kunnen worden ingevuld door de pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE. Het gaat hierbij om onder andere:
ontwikkeling en implementatie van het pedagogisch beleid VE;
coaching van beroepskrachten VE;
het volgen van de brede ontwikkeling van het kind;
de evaluatie van de aangeboden ondersteuning en zorg;
het evalueren van de kwaliteit en resultaten.
Houder maakt voor doelgroeppeuters gebruik van een erkend kindvolgsysteem.
De houder verzorgt een warme (mondelinge) overdracht van doelgroeppeuters en koude (schriftelijke) overdracht van niet-doelgroeppeuters naar het primair onderwijs.
Er is sprake van een aantoonbare samenwerking met ten minste één basisschool, aantoonbaar door een gezamenlijk plan van aanpak van de locatie en de school (of scholen) voor de realisatie van een doorgaande leerlijn.
Elke locatie heeft een beleidsplan ouderbetrokkenheid dat jaarlijks wordt geëvalueerd en aantoonbaar wordt toegepast.
Houder werkt samen met zorgorganisaties en professionals binnen de voorschoolse zorgstructuur.
Bij vermoeden van een taalachterstand in het Nederlands verwijst de aanbieder naar de JGZ.
Opgelegde sancties kunnen gevolgen hebben voor de subsidie bij bestaande aanbieders op locatieniveau.
Bij een nieuwe aanvrager is er de twee jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen sanctie (herroepelijk dan wel onherroepelijk) opgelegd met betrekking tot het gehele kinderopvangaanbod van de nieuwe aanvrager binnen de gemeente.
Verantwoording
Het vaststellen van de subsidie vindt plaats op basis van het daadwerkelijke gebruik van peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen. Daartoe verstrekt de houder de volgende gegevens:
Het aantal doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouder(s) met en zonder recht op kinderopvangtoeslag.
Het aantal niet-doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouder(s) met en zonder recht op kinderopvangtoeslag.
Het aantal uren dat doelgroep- en niet-doelgroeppeuters gebruik maken van de peuteropvang gedurende de subsidieperiode, uitgesplitst naar peuters van ouder(s) met en zonder kinderopvangtoeslag.
De gefactureerde ouderbijdragen per peuter.
Voor elke aanvraag wordt gebruik gemaakt van het door de gemeente vastgestelde format.
De ingevulde inhoudelijke vragenlijst (verantwoording) wordt toegevoegd.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal (doelgroep)peuters dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen, het geldende uurtarief, het aantal uren dat per peuter gebruik is gemaakt van de peuteropvang en de gefactureerde ouderbijdragen.
De aantallen doelgroeppeuters en peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag kunnen onderling afwijken van de aanvraag. Het vast te stellen subsidiebedrag kan echter nooit hoger zijn dan de verleende subsidie.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.01
Voorschoolse educatie (VE) en peuteropvang
Onderdeel van Uitwerkingsnota Subsidies 2024 Gemeente Haarlemmermeer