Grondslag: artikel 8 van de Verordening
3.1 Hoofdverblijf
Een voorwaarde om voor ondersteuning in aanmerking te komen is dat de cliënt zijn hoofdverblijf in de gemeente Oudewater heeft. De cliënt moet ingeschreven staan in de Basisregistratie personen (Brp) van de gemeente Oudewater. Hoofdverblijf betekent volgens jurisprudentie meer dan alleen ingeschreven staan in de Brp; de cliënt moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente verblijven. Als de cliënt kan aantonen dat hij op korte termijn in Oudewater komt wonen, kan, als hij nog niet staat ingeschreven in de Brp, de aanvraag in behandeling worden genomen. Er wordt dan wel een termijn afgesproken waar binnen de inschrijving in de Brp geregeld moet zijn.
3.2 Eigen kracht
De eigen kracht van de cliënt heeft betrekking op de mogelijkheden van de cliënt om zelf bij te dragen aan zijn zelfredzaamheid en participatie. De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen.
3.3 Beperking
De beperking van de inwoner dient objectiveerbaar te zijn. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn om objectief vast te stellen dat iemand beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. Het is hiervoor niet altijd nodig om een medische diagnose te hebben; het gaat om de beperkingen, niet om de oorzaak ervan.
3.4 Noodzakelijke voorziening
Voor voorzieningen geldt dat zij langdurig noodzakelijk zijn ter ondersteuning van de behoeften van de cliënt. Hierbij kan een medisch adviseur (arts in dienst van een door de gemeente gecontracteerd bureau voor sociaal medisch advies) een belangrijke rol spelen om te bepalen of voorzieningen medisch noodzakelijk zijn of dat deze juist anti revaliderend werken. De medisch adviseur kan tevens uitsluitsel geven over de vraag of er sprake is van langdurige noodzaak.
Onder ‘langdurig’ wordt over het algemeen verstaan langer dan zes maanden of dat het een blijvende situatie betreft. Onder een ‘blijvende situatie’ wordt ook de terminale levensfase verstaan. Als de verwachting is dat de cliënt na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag van kortdurende medische noodzaak worden uitgegaan. Bij een wisselend ziektebeeld, waarbij verbetering in de toestand opgevolgd wordt door periodes van terugval, kan uitgegaan worden van een langdurige medische noodzaak. Voor een maatwerkvoorziening van diensten kan ook sprake zijn van een kortdurende inzet. Dit kan het geval zijn bij een bijdrage aan de ontwikkeling van de cliënt zodat hij na korte tijd de voorziening niet meer nodig heeft. Dit omdat hij dan wel gebruik kan gaan maken van een algemene voorziening.
3.5 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wetgeving
Voorliggend op de Wmo 2015 is een voorziening of een dienst op grond van een andere wettelijke regeling zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Ziektekostenverzekeringswet (Zvw) of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien dit het geval is, zal er op grond van de Wmo 2015 geen voorziening of dienst worden verstrekt. Er moet in elke individuele situatie worden beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Is dat niet of deels het geval, dan moet alsnog een (aanvullende) maatwerkvoorziening worden geboden.
Indien de inwoner geen gebruik wenst te maken van een voorliggende voorziening, kan dat niet tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening leiden. Of de inwoner dan daadwerkelijk de betreffende voorliggende voorziening zal gaan gebruiken behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner.
3.6 Algemene voorzieningen
Wanneer blijkt dat een cliënt niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde algemene voorzieningen zijn die de problemen die cliënt ervaart (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Kenmerkend voor een algemene voorziening is dat het gaat om een in beginsel vrij toegankelijke voorziening. Dat wil zeggen: zonder dat eerst een diepgaand onderzoek wordt verricht naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Het is ook mogelijk dat iemand die een aanvraag om een maatwerkvoorziening doet, nadat het college zijn behoefte aan ondersteuning heeft onderzocht, naar een algemene voorziening wordt verwezen. De diensten, activiteiten of zaken kunnen toegankelijk zijn voor specifieke groepen of soms ook voor alle ingezetenen van de gemeente. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder ondersteuningsplan of toestemming vooraf, gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen kunnen zowel commerciële diensten als diensten zonder winstoogmerk zijn. Voorbeelden van algemene voorzieningen in Oudewater zijn onder andere boodschappenbezorgdiensten van de supermarkt, samen eten in het zorgcentrum, maaltijdverzorging, buurthuiswerk, vrijwilligersorganisaties en "het advies- en meldpunt huishoudelijk geweld en kindermishandeling".
3.6.1 Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Uit de jurisprudentie volgt dat een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze:
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
daadwerkelijk beschikbaar is;
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en;
financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Het college moet toetsen of de voorziening financieel gedragen kan worden door iemand met een minimuminkomen, ongeacht of de betreffende cliënt zelf een minimuminkomen heeft. Een minimuminkomen is volgens de CRvB bijstandsniveau. Om te weten of de voorziening financieel gedragen kan worden door iemand op bijstandsniveau, wordt een bedrag berekend. Hiervoor sluiten we aan bij de rekensom uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2021:2084): Als iemand op basis van 5% van de bijstandsnorm die voor de cliënt geldt de voorziening binnen 36 maanden kan terugbetalen, is de voorziening financieel te dragen. Dus: 5% x van toepassing zijnde bijstandsnorm x 36 maanden = het bedrag waarmee we de kosten van de voorziening vergelijken. Het college kijkt dus niet óf de cliënt het binnen 36 maanden kan terugbetalen. Het kijkt alleen naar het bedrag dat uit de rekensom komt. Het college mag ook rekening houden met beschikbare tweedehands voorzieningen.
Een fiets (en/of tandem) met lage instap of met elektrische trapondersteuning is een goed voorbeeld van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een elektrische fiets wordt ook gebruikt door mensen zonder beperkingen (bijvoorbeeld door mensen die een lange afstand naar hun werk of school moeten fietsen), is gewoon bij de fietsenwinkel te koop, duurder dan een gewone fiets maar is wel betaalbaar voor de meeste mensen. Het kan voor een persoon zonder beperkingen financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau.
Op het gebied van de woningaanpassingen kan worden gedacht aan: thermostaatkranen, één hendelmengkranen, verhoogd toilet en douche- en toiletbeugels.
3.7 Collectieve voorzieningen
Collectieve voorzieningen zijn voorzieningen die individueel worden verstrekt, maar die door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het collectief vervoer (Regiotaxi) het meest duidelijke voorbeeld van een collectieve voorziening. Bij beperkingen op het gebied van vervoer ligt het primaat bij de Regiotaxi. Dat wil zeggen dat wanneer men geen gebruik kan maken van het reguliere openbaar vervoer, men in aanmerking komt voor de Regiotaxi.
3.8 Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening
Een maatwerkvoorziening is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven adequaat de goedkoopste is. Indien de cliënt een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is), komen de meerkosten voor rekening van die cliënt. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopst adequaat maatwerkvoorziening.
Een voorziening kan ook bestaan uit compensatie van noemenswaardige meerkosten ten opzichte van de algemeen gebruikelijke kosten die iemand voor de noodzakelijke voorziening moet maken. Hierbij kan worden gedacht aan een auto of fiets met (specifiek vanwege de handicap noodzakelijke) aanpassingen. Een auto of fiets is algemeen gebruikelijk, dus de kosten hiervoor (normbedragen zoals vastgesteld door het NIBUD) worden niet vergoed.
3.9 Kosten gemaakt voorafgaand aan het moment van beschikken
Voor melding:
De inwoner schaft de voorziening aan vóór het moment van melden en realiseert de voorziening vóór de melding. De inwoner heeft zijn eigen beperkingen op eigen kracht zelf opgelost. Er vindt geen ondersteuning meer plaats op grond van de Wmo tenzij de inwoner niet kan worden verweten dat hij zich niet eerst bij de gemeente heeft gemeld.
Na melding maar voor het moment van de datum beschikking:
De inwoner realiseert de voorziening na de melding maar vóór het beschikken. Indien de plaatsing/aanschaf binnen 3 maanden na de melding gebeurd zal in deze situatie onderzocht moeten worden of de noodzaak voor het realiseren van de voorziening alsnog kan worden vastgesteld. En of er sprake is van de goedkoopst passende oplossing.
Artikel 3.