Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Leegstandbeschikking

Onderdeel van Verordening leegstand gemeente Utrecht

1.. Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg bedoeld in artikel 5 een leegstandbeschikking vaststellen. Ook als de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg kan een leegstandbeschikking worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche). 2.. Burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking: indien de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, bepalen welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten zijn getroffen om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte; indien de woonruimte is bestemd voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs bepalen waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden. De marktconforme huurprijs voor geliberaliseerde woonruimten wordt bepaald door een onafhankelijke taxateur; indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor verkoop en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder b of d, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; een termijn opnemen van ten minste één maand waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte; andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte. 3.. De eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn, bedoeld in het tweede lid, onder e, eenmaal te verlengen met een periode van ten minste één maand. 4.. Indien een eigenaar een verzoek doet als bedoeld in het derde lid, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met f, in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel