Doelen
Deze nadere regel draagt bij aan het bevorderen van positieve gezondheid door het voorkomen van gezondheidsschade ten gevolge van middelengebruik (nicotine, alcohol, drugs) en gokken bij jongeren onder de 18 jaar, jongvolwassenen (18-25 jaar), risicogroepen en hun sociale omgeving (w.o. ouders). Deze nadere regel gaat over verslavingspreventie (universele en selectieve preventie), die moet worden onderscheiden van de nadere regel over verslavingszorg.
Deze nadere regel richt zich op het stimuleren en ondersteunen van gezond gedrag als het gaat om middelengebruik en gokken. Dit doen we o.a. door het bieden van informatie over de gezondheidseffecten van middelengebruik en gokken. Het gaat om inzet gericht op bewustwording, motivering en gedragsverandering, om mensen in staat te stellen om tot verantwoorde keuzes te komen en om deze keuzes te ondersteunen. In aanvulling daarop is de aandacht ook gericht op mensen met beginnende problematiek om te voorkomen dat de problematiek verergert en om te stimuleren dat het gebruik verminderd wordt.
In deze nadere regel richten we ons primair op jeugd. We richten ons secundair op die groepen volwassenen die door een opstapeling van risicofactoren extra kwetsbaar zijn voor (problematisch) middelengebruik. We richten ons vanuit ongelijk investeren specifiek op risicogroepen die door professionals nog onvoldoende bereikt worden.
In deze nadere regel richten we ons tenslotte op jeugd net ouders met psychische problemen en kinderen van ouders met een verslavingsproblemen (KOPP/KOV). Onze inzet is erop gericht om te voorkomen dat deze doelgroep zelf mentale - of verslavingsproblematiek ontwikkelt. De subsidiabele activiteiten richten zich zowel op het kind of de jongvolwassene zelf, als ook op de ouders, waarbij oog is voor intergenerationele overdracht van problematiek.
Met deze regel dragen burgemeester en wethouders bij aan het realiseren van de ambities in het Coalitieakkoord Utrecht 2022 – 2026 op het gebied van verslavingspreventie.
Uitgangspunten
Uitgangspunt is de wederkerige relatie tussen middelengebruik en gokken aan de ene kant en de impact op maatschappelijk functioneren aan de andere kant. Weerbaarheid is daarbij een beschermende factor. De aanpak gericht op het voorkomen van gezondheidsschade is daarom ingebed in een bredere integrale benadering, waarbij het gaat om de impact op maatschappelijk functioneren.
Burgemeester en wethouders willen gezondheidsverschillen verkleinen. Dat vraagt om een aanpak waarbij middelen, gebruiker en setting in onderlinge samenhang worden bezien. We willen investeren in specifieke settings waar veel gebruikt wordt en in risicogroepen die tot nu toe minder goed bereikt worden. Daarnaast wordt zo nodig (gebiedsgericht) ingezet op innovatieve interventies.
Burgemeester en wethouders willen flexibel kunnen inspelen op een snel veranderende markt voor verslavende middelen en gokken. We willen trends en risicogroepen snel kunnen identificeren. Uitgangspunt daarbij is dat de kennisbasis van de subsidieaanvragers is gebaseerd op verschillende perspectieven zoals wetenschap, ervarings- en leefwereldkennis (van de doelgroep en de setting), maar ook kennis van partners in de zorg en sociale basis en in de wijken (w.o. Overvecht). Goed (integraal) samenspel en kennisdeling (ook met andere gemeenten) zijn daarbij noodzakelijk.
Burgemeester en wethouders investeren samen met partners in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete sociale winst opleveren.
Artikel 2
Doelen en uitgangspunten
Onderdeel van Nadere regel subsidie verslavingspreventie gemeente Utrecht