Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Eisen aan de subsidieaanvraag

Onderdeel van Nadere regel subsidie verslavingspreventie gemeente Utrecht

De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-herkenning via utrecht.nl/subsidie; Uit de aanvraag moet blijken dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 6, derde lid van de Algemene subsidieverordening. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende documenten: een toelichting met activiteitenoverzicht, waarin in ieder geval het volgende is opgenomen: het beoogde effect voor de doelgroep (zo concreet als mogelijk geformuleerd in een monitorplan of verandertheorie); een beschrijving van de gehanteerde methodiek en expertise van medewerkers; een overzicht van de activiteiten die de subsidieaanvrager gaat inzetten voor social return. Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 1,‘Verslavingspreventie algemeen’is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen; de visie in relatie tot de doelen en uitgangspunten van deze nadere regel; de onderbouwing van de keuzes voor de activiteiten waarbij actuele kennis (leefwereld- en ervaringskennis en wetenschappelijke kennis) over middelengebruik en gokken in relatie tot de gebruiker en de setting betrokken is; een toelichting op het totaalpakket aan diensten en activiteiten die aanvrager kan bieden in relatie tot de gevraagde activiteiten; een beschrijving van de samenhang met andere interventies die zijn gericht op een gezonde leefstijl en de onderliggende maatschappelijke problematiek van middelengebruik en gokken; een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de stad en in de wijken om de beoogde effecten te realiseren. Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 2, ‘Verslavingspreventie ongelijk investeren’is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen; de visie in relatie tot de doelen en uitgangspunten van deze nadere regel, in het bijzonder in relatie tot ongelijk investeren; de onderbouwing van de keuze voor de specifieke risicogroep, setting en wijk (w.o. Overvecht) waarbij actuele kennis (leefwereld- en ervaringskennis en wetenschappelijke kennis) over middelengebruik en gokken betrokken is; een beschrijving van de samenhang met andere interventies die zijn gericht op een gezonde leefstijl en de onderliggende maatschappelijke problematiek van middelengebruik en gokken; een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de wijk om de beoogde effecten te realiseren. Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 3, ‘Preventie KOPP/KOV-kinderen’is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen. een toelichting op de keuze van de in te zetten interventies in relatie tot de aard en omvang van de Utrechtse KOPP/KOV-doelgroep; een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de stad en in de wijken (en de (volwassen) GGZ partijen in het bijzonder) om de beoogde effecten te realiseren. een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel