**1..** Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
**2..** Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
**3..** In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op de aanvraag om:
een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, van deze verordening (plaatsen voorwerpen op of aan de weg);
een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid van deze verordening (plaatsen voorwerpen op of aan de weg);
een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid aanhef en onder a of artikel 2:12 (aanleggen van een weg);
een vergunning/ontheffing als bedoeld in artikel 4:11a, vierde lid (kappen en/of rooien van bomen en struiken).
**4..** In afwijking van hetgeen gesteld in het eerste en het tweede lid is de beslistermijn in de artikelen 2:25b, tweede en derde lid, en artikel 3:3, vijfde lid van toepassing indien het een vergunning betreft als genoemd in de betreffende artikelen.