Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Uitstel van betaling

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Stoer Versterkt 2023!

Als een inwoner aangeeft dat hij op basis van de huidige financiële omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is om aan zijn aflossingsverplichting te voldoen, kan er uitstel van betaling van de vordering worden verleend voor de maximale duur van 3 maanden. Deze periode kan nogmaals éénmalig worden verlengd voor de duur van 3 maanden. Het dient een maximale aaneengesloten periode van 6 maanden te zijn. Uitstel van betaling kan alleen worden verleend als gegronde redenen dit rechtvaardigen. Deze moeten schriftelijk gemotiveerd worden door de inwoner. Uitstel van betaling kan worden verleend in het geval van een terugvorderingsbevoegdheid als een terugvorderingsverplichting. Als er uitstel van betaling wordt verleend dan wordt de aflossingstermijn zoals bedoeld in artikel 3.5 van deze beleidsregels, artikel 58 lid 7 PW en artikel 25 lid 6 IOAW/IOAZ opgeschort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel