Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 14

Aparte bepalingen betreffende het afzien van (verdere) invordering

Onderdeel van Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Beleidsregels Terugvordering en Verhaal Aalsmeer

Van afzien van (verdere) invordering als bedoeld in artikel 10,11 en 13 wordt afgezien indien: de terugvordering betrekking heeft op een vordering op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet, op grond van artikel 25, eerste lid van de IOAW/IOAZ en deze vordering het gevolg is van opzet of grove schuld en vanwege deze gedraging een boete of een strafrechtelijke sanctie is opgelegd. Waar in artikel 13 een termijn van 3 jaar wordt genoemd, geldt voor deze vorderingen een termijn van 10 jaar, zoals bedoeld in artikel 58 zevende lid van de wet en artikel 25, zesde lid IOAW/IOAZ. indien de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. Het bepaalde in lid 1 onder a is niet van toepassing indien belanghebbende een voorstel doet tot afkoop zoals bedoeld in artikel 13 onder d. Wanneer van belanghebbende gedurende een periode van 5 jaar geen aflossing is ontvangen en van hem geen adres bekend is, dienst de verjaring van de schuld te worden gestuit, tenzij het door belanghebbende terug te betalen bedrag lager is dan €5.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel