Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2:

Artikel 19.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Gilze en Rijen 2023

1.. Een burger die gebruik wenst te maken van het spreekrecht tijdens raads(commissie)vergaderingen, dient dit uiterlijk 12.00 uur op de dag van de vergadering kenbaar te maken bij de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het agendapunt waarover hij het woord wil voeren. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden; over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan; over het raadsvoorstel inzake de afhandeling van de ingekomen stukken; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; over de vaststelling van besluitenlijsten en verslagen en dergelijke, voor zover niet betrekking hebbend op een weergave van wat door of namens de inspreker zelf is gezegd; over onderwerpen welke onderworpen zijn aan een wettelijk geregelde zienswijze en/of bedenkingenprocedure; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. De inspreker mag bij het desbetreffende agendapunt, voor aanvang van de eerste termijn, maximaal 5 minuten het woord voeren. 4.. Indien er meerdere insprekers zijn aangemeld voor de vergadering, mogen zijn gezamenlijk maximaal 30 minuten spreken. De (commissie)voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. 5.. De (commissie)voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. Nadat de inspreker het woord heeft gevoerd, worden de raads(commissie)leden in de gelegenheid gesteld om eventuele korte, verduidelijkende vragen te stellen. 7.. Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel