**1..** Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben:
indien degene die voornemens is in de openlucht afvalstoffen te verbranden daarvan niet van te voren melding heeft gedaan aan het college;
indien het college het in de openlucht verbranden van afvalstoffen heeft verboden.
[Artikel 5:34 lid 1 ten aanzien van het verbranden van afvalstoffen in openlucht treedt in werking op 1 juni 2024.]
**2..** Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
**3..** Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
**5..** Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale omgevingsverordening.
**6..** In afwijking van het bepaalde in lid 2 is het verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor openbaar recreatief gebruik beschikbare terreinen verlichting te ontsteken door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke en sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven aan te steken alsmede vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen gedurende de tijd dat door of namens de commandant van de regionale brandweer van de veiligheidsregio Zeeland bekend is gemaakt dat sprake is van een hoog risico of een zeer hoog risico.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 8.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Noord-Beveland 2023