Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Niet nakomen verplichtingen IOAW en IOAZ

Onderdeel van De Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Voorne aan Zee 2023

1.. De maatregel wordt vastgesteld op 30 procent van de uitkering gedurende een maand bij de volgende gedraging: het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid, van de IOAZ; 2.. De maatregel wordt vastgesteld op 100 procent van de uitkering gedurende een maand bij de volgende gedraging: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 3.. De maatregel wordt vastgesteld op 100 procent van de uitkering gedurende twee maanden bij de volgende gedraging: het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling of tegenprestatie, waaronder begrepen het niet verschijnen op een oproep in het kader hiervan. het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. 4.. Als het college de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, van de IOAW of artikel 20, tweede lid, van de IOAZ blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege. 5.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in dit artikel, opnieuw die verplichting niet nakomt, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel