Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Woongroepen

Onderdeel van Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

1.. Burgemeester en wethouders onderscheiden twee typen woongroepen: Woongroep waarvan de leden in één zelfstandige woonruimte wonen; Woongroep waarvan elk lid een zelfstandige woonruimte bewoont binnen een cluster woningen met gedeelde voorzieningen. 2.. Elke woongroep voldoet aan de onderstaande voorwaarden: De woongroep staat ten minste 1 jaar als groep geregistreerd op de lijst van erkende woongroepen of heeft langer dan 1 jaar op hetzelfde adres gewoond; Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de kamer van koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening; Ieder lid draagt bij in het gebruik van gedeelde voorzieningen; De woongroep heeft een reglement waarin de werkwijze bij nieuwe verhuringen is vastgelegd. Hierin is minimaal vastgelegd: doel van de woongemeenschap, criteria voor toelating, werkwijze, procedure en de verantwoording. Het reglement is opgesteld in overleg met de verhuurder; De woningen worden gepubliceerd via WoningNet of een ander herkenbaar eigen kanaal of via de website van de verhuurder. Verantwoording vindt op de gebruikelijke wijze plaats; De woongroep heeft recht op coöptatie; Bij leegstand, van twee maanden of meer, vervalt het recht op coöptatie. De verhuurder heeft het recht om buiten de woongroep en het reglement om de woning te verhuren; De voorwaarde onder a geldt niet voor woongroepen waarbij het initiatief tot het vormen van de woongroep ligt bij een toegelaten instelling. 3.. Een woongroep die woonruimte van een toegelaten instelling bewoont of gaat bewonen, voldoet bovendien aan de volgende eisen: Aspirant-leden zijn ingeschreven als woningzoekende in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 10 van de Huisvestingsverordening of worden op basis van bemiddeling geplaatst conform de regels uit artikel 16 van de Huisvestingsverordening; De woningen worden gepubliceerd via WoningNet; De voorrangsregels van artikel 22, 23 en 24 van de Huisvestingsverordening zijn van toepassing; Uit de statuten voor de woongroep dienen onderstaande afspraken te blijken: De eerste tien aspirant-leden die op basis van dit artikellid onder a en c in aanmerking komen, worden aangeleverd aan de woongroep; De woongroep selecteert het aspirant-lid om lid te worden die het best past bij de doelstelling van de woongroep. Indien de woongroep behoort tot een gemengd-wonen-complex, kan de toegelaten instelling in samenspraak met de gemeente afwijken van de eisen onder d. Bij nieuwbouw selecteert de toegelaten instelling, op basis van de doelstelling van de woongroep, voor de eerste verhuur de leden van de woongroep uit de aspirant-leden. De toegelaten instelling maakt vooraf met de gemeente afspraken over de wijze van selectie, waarbij de uitgangspunten uit de verordening de basis vormen voor selectie. 4.. De gemeente houdt een lijst bij met woongroepen die door burgemeester en wethouders als woongroep zijn erkend of een aanvraag tot erkenning hebben ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel