Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Buurtvoorrang sociale huurwoningen

Onderdeel van Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

1 . Senioren die maatschappelijk gebonden zijn aan een buurtvoorrangsgebied zoals bedoeld in artikel 14 lid 4 onder b van de wet, kunnen voorrang krijgen voor seniorenwoonruimte. Per kalenderjaar mag maximaal 50% van alle toegewezen seniorenwoonruimte in de gemeente op basis van de voorrang uit lid 1 worden toegewezen; In het geval van nieuwbouw mag per kalenderjaar per project maximaal 50% van alle eerste toewijzingen op basis van de voorrang uit lid 1 worden toegewezen; De verhuurder kan per project de buurtvoorrang instellen; De buurtvoorrang wordt vervolgens aangevraagd bij de verhuurder; De verhuurder kan om bewijsstukken vragen. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: een uittreksel uit de BRP over de woongeschiedenis; stukken uit de huidige administratie van een verhuurder waaruit de woongeschiedenis blijkt. 2 . Jongeren die maatschappelijk gebonden zijn aan een buurtvoorrangsgebied zoals bedoeld in artikel 14 lid 4 onder b van de wet, kunnen voorrang krijgen voor jongerenwoonruimte. Per kalenderjaar mag maximaal 20% van alle toegewezen jongerenwoonruimte in de gemeente op basis van de voorrang uit lid 2 worden toegewezen; In het geval van nieuwbouw mag per kalenderjaar per project maximaal 20% van alle toewijzingen op basis van de voorrang uit lid 2 worden toegewezen; De verhuurder kan per project de buurtvoorrang instellen; De buurtvoorrang wordt vervolgens aangevraagd bij de verhuurder; De verhuurder kan om bewijsstukken vragen. Als bewijsstukken kunnen worden betrokken: een uittreksel uit de BRP over de woongeschiedenis; stukken uit de huidige administratie van een verhuurder waaruit de woongeschiedenis blijkt. 3 . De verhuurder rapporteert jaarlijks achteraf over de wijze waarop zij invulling heeft gegeven aan de voorrangsregels uit de voorgaande leden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel