Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het toepassen van grondverzet of de aanvrager van een bestemmingswijziging of een omgevingsvergunning om vast te (laten) stellen of er sprake is van een verdachte of onverdachte locatie.
Om snel en eenvoudig te kunnen bepalen of de locatie (deels) verdacht is voor het voorkomen van bodemverontreiniging, kunt u o.a. de volgende bronnen raadplegen:
De eigenaar/gebruiker van de locatie.
Het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl).
De site http://watwaswaar.nl.
De betreffende gemeente.
Ter beperking van de onderzoekskosten en de doorlooptijd van dergelijke onderzoeken heeft de MARN-regio hiervoor een formulier ontwikkeld waarmee de initiatiefnemer samen met de gemeente snel kan vaststellen of er sprake is van een evident onverdacht perceel, de Quickscan Vooronderzoek. Is op basis van deze Quickscan Vooronderzoek geen uitspraak te doen of is er geen sprake van een evidente onverdachte locatie, dan moet alsnog een historisch vooronderzoek conform de NEN 5725 worden uitgevoerd. Men kan er vanzelfsprekend ook voor kiezen meteen een vooronderzoek conform de NEN 5725 uit te (laten) voeren.
Quickscan Vooronderzoek niet bij partijkeuringen!
Voor het uitvoeren van een partijkeuring is wettelijk een vooronderzoek conform de NEN 5725 voorgeschreven en kan dus geen gebruik gemaakt worden van het formulier Quickscan Vooronderzoek MARN.
In bijlage 1 is de Quickscan Vooronderzoek MARN opgenomen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.3
QUICK SCAN VOORONDERZOEK
Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN