Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.5

OVERIGE WETGEVING BIJ GRONDVERZET

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

Vanuit overig wet- en regelgeving kunnen bij grond- en baggerspecieverzet (ontgraven en toepassen) aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet worden gedacht aan: Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij tijdelijke gronddepots moet op basis van het bestemmingsplan eventueel een ‘omgevingsvergunning voor de activiteit uitvoeren van een werk’ (vroeger: aanlegvergunning) worden aangevraagd. Ontgrondingenwet. De ontgrondingenwet en -verordening reguleren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grind voor de bouwproductie. Wet milieubeheer. Vergunning voor bijvoorbeeld een langdurige of omvangrijke opslag van grond. Waterwet. Deze wet is op 22 december 2009 in werking getreden. In de Waterwet wordt het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. De saneringsregeling voor waterbodems is ook in deze wetgeving opgenomen. Woningwet. In deze wet wordt het bouwen op verontreinigde bodem (grond en grondwater) getoetst of geregeld (zie ook paragraaf 5.2). Meststoffenbesluit. Bij het toepassen van compost of zwarte grond worden (aanvullende) kwaliteitseisen gesteld. Monumentenwet. In deze wet is het verdrag van Malta opgenomen. Bij grondverzet dient rekening te worden gehouden met archeologische waarden. Op kaart moet de gemeente een overzicht geven van bekende archeologische vindplaatsen. Bij grondverzet moeten andere bronnen zoals de stads- of regionale archeoloog worden geraadpleegd. Flora- en faunawet. Deze wet vereist dat in planvorming rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voor een groot aantal expliciet beschermde soorten is bepaald welke handelingen niet zijn toegestaan. Daarnaast is in de wet een algemene zorgplicht opgenomen, die aangeeft dat de negatieve gevolgen van ieders handelen op de aanwezige (beschermde) flora en fauna voorkomen of zo veel mogelijk beperkt dienen te worden.

Rechtspraak bij dit artikel