Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.3

AFSTEMMING WET BODEMBESCHERMING EN BESLUIT BODEMKWALITEIT

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

Omdat bij saneringen vaak sprake is van het ontgraven van grond, het vervolgens weer aanvullen van de ontgravingsput of het aanbrengen van een leeflaag moet er afstemming plaats vinden over hoe om te gaan met het toepassen van grond op saneringslocaties en over de te bereiken saneringsdoelstelling. Daarnaast is het van belang om te weten wat de begrenzing is van gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Bij hantering van het generieke beleidskader wordt door het bevoegd gezag Wbb (provincie Gelderland) voor de toepassingseis en de saneringsdoelstelling aangesloten bij de landelijke maximale waarden behorende bij de bodemfunctieklasse van de (sanerings)locatie. Voor de gevalsgrens wordt de actuele kwaliteit uit de bodemkwaliteitskaart gehanteerd. Is de locatie uitgezonderd van de bodemkwaliteitskaart dan zal de te hanteren gevalsgrens locatiespecifiek moeten worden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel