Een bodemkwaliteitskaart geeft de chemische bodemkwaliteit weer van de landbodem voor gebieden die als historisch onverdacht aan te merken zijn. Historisch onverdacht zijn die gebieden of terreinen waarvoor vanuit de geschiedenis van dit gebied of terrein geen aanwijzingen beschikbaar zijn die wijzen op (mogelijk) specifieke bodemverontreiniging.
Voorbeelden van aanwijzingen op specifieke bodemverontreiniging of locaties die om een andere reden (ander bevoegd gezag e.d.) uitgesloten zijn van de Bodemkwaliteitskaart (niet limitatief), zijn:
Ondergrondse en bovengrondse opslagtanks voor olie en andere chemicaliën.
Oude bedrijfsterreinen, waarop activiteiten hebben plaatsgevonden die leiden of hebben geleid tot een (potentieel) geval van ernstige bodemverontreiniging
(Voormalige) boomgaardpercelen, met name in de periode 1945-1970
Resten van (steenachtige) materialen die zijn aangebracht op een terrein én gemengd zijn met de bodem (bijv. op boerenerven of andere bedrijfsterreinen).
Gedempte sloottracés die niet of deels met gebiedseigen of schone grond gedempt zijn.
Gebieden of terreinen waarvoor uit bodemonderzoek blijkt dat er een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging, of een geval van niet-ernstige bodemverontreiniging met een (mogelijk) risico voor de gebruikers aanwezig is.
De Rijkswegen, inclusief wegbermen.
De Provinciale wegen (inclusief wegbermen)
De Van Heemstraweg (inclusief wegbermen) in de gemeenten Beuningen, Druten en West Maas en Waal, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
Alle wegen en wegbermen in het buitengebied (zie § 4.5.1)
De uiterwaarden (buitendijks gebied), exclusief de drogere oevergebieden.
Spoorgebonden gronden: terreinen in eigendom van Rail-Infra-Trust (ProRail) èn NS Vastgoed (NS Poort).
Saneringslocaties in het kader van de Wet Bodembescherming, exclusief locaties die multifunctioneel zijn gesaneerd of waarvan de saneringsput is opgevuld met schone of (kwalitatief) gebiedseigen grond.
Alle gebieden en terreinen die niet historisch onverdacht zijn, vallen onder de verdachte gebieden. De bodemkwaliteit van deze gebieden en terreinen zijn dan ook niet meegenomen bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaarten.
Om vast te kunnen stellen of een gebied, perceel of terrein verdacht, danwel onverdacht is, is bodeminformatie nodig. Het vooronderzoek moet voldoen aan de meest recente versie van de NEN 5725 2. Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NEN .
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
ONVERDACHTE EN VERDACHTE GEBIEDEN
Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN