Als bewijsmiddel voor de bodemkwaliteit op onverdachte toepassingslocaties mogen de Toepassingskaarten worden gebruikt. Als de toepassingslocatie verdacht is of om een andere reden niet opgenomen is in de Bodemkwaliteitskaart, dan mag deze kaart niet als bewijsmiddel voor de chemische bodemkwaliteit van de ontvangende bodem worden gebruikt. Tenzij de grond die wordt toegepast als ‘schoon’ mag worden beschouwd op basis van een partijkeuring of de ontgravingskaart, moet de ontvangende bodem in dat geval worden onderzocht om te kunnen vaststellen of vrij grondverzet mogelijk is.
Voor het met een bodemonderzoek vaststellen van de chemische kwaliteit van de ontvangende bodem is een alleen bodemonderzoek conform de laatste versie van de NEN5740 toegestaan als bewijsmiddel, voorafgegaan door een vooronderzoek conform de NEN 5725.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.3
BEWIJSMIDDEL TOEPASSINGSLOCATIE
Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN