Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.1

GRONDVERZET EN WEGEN EN WEGBERMEN

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

Grond afkomstig uit bermen of onder taluds van de volgende wegen binnen de regio MARN wordt beschouwd als verdacht voor het voorkomen van verontreinigingen boven interventiewaardeniveau: De rijkswegen; De provinciale wegen; De spoorwegen; De gemeentelijke wegen die uitgezonderd zijn van de bodemkwaliteitskaart, (zie paragraaf 3.1.2); Alle wegen buiten de verkeerskundige bebouwde kom (na het verkeersbord ‘einde bebouwde kom’). De bodemkwaliteitskaarten zijn voor grondverzet vanuit (de bermen van) deze wegen niet van toepassing en geldt dan ook niet als bewijsmiddel. Voor vrijkomende grond uit deze bermen, taluds e.d. en bij reconstructies van deze wegen is voor hergebruik een partijkeuring (AP04) vereist. Het kan voorkomen dat de chemische bodemkwaliteit van een weg(berm) buiten de bebouwde kom op basis van historie, verkeersintensiteit, gebruik verhardingsmateriaal e.d. zeer waarschijnlijk niet zal afwijken van de zonekwaliteit van het buitengebied (schoon/AW 2000). De bodemmedewerker kan , als hiervoor voldoende aanwijzingen zijn, akkoord gaan met het hanteren van de zonekwaliteit buitengebied als kwaliteit van de grond uit de berm. De bewijslast hiervoor ligt bij degene die het initiatief neemt voor grondverzet vanuit deze berm. Voor het toepassen van grond in bermen en taluds van alle bovengenoemde ‘verdachte’ wegen mag het beleid worden gehanteerd zoals neergelegd in deze Nota bodembeheer, mits de beheerder/eigenaar de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel accepteert en bij ontgraving en toepassing de regels uit deze Nota bodembeheer worden gehanteerd. Grond van onder of afkomstig uit bermen van alle overige gemeentelijke wegen mag worden hergebruikt zonder partijkeuring. De bodemkwaliteitskaarten mogen daarbij worden gehanteerd als bewijsmiddel, waarbij aangesloten moet worden bij de kwaliteitszone (wonen, industrie) waarin de weg(berm) is gelegen. Let wel op afwijkingen in de ontgraven grond! Met nadruk wordt hierbij wel gesteld dat als er afwijkende materialen of geuren in of aan de grond wordt waargenomen (zie paragraaf 4.2.2.), deze grond als verdacht moet worden beschouwd, en vrij grondverzet met de bodemkwaliteitskaart niet meer aan de orde is.

Rechtspraak bij dit artikel